HomeDe cassatie-regtspleging in Frankrijk en eldersPagina 81

JPEG (Deze pagina), 644.04 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 70.31 MB

i ä
I
`
l
.. ev a. ä
uitkomst van het remmi reeds door het renvoi zelf vastge-
steld wordt, is niet alleen in dergelijke gevallen, waar het ï’
bijv. van verjaring eener vordering, verlies eener instantie
ten gevolge van verzuim, de rede is, maar zelfs bij vele, A
, ja bij de meeste cassatie-gevallen voorhanden. Op de motie- j
I ven der uitspraken in cassatie kon men in den regel eenen l
de zaak zelf beslissenden zfeawr bouwen; en na April 1837
. heeft de tweede regtbank meestal slechts de werktuigelijke
taak om een haar reeds voorgeteekend vonnis af te kondigen.
Doch daarover later. Men wilde in Frankrijk geene afschaf-
fing, maar eene als noodwendig erkende hervorming van
het Hof van cassatie, en de vermeende hervorming in 1837
gevolgd draagt met regt den datum van 1 April.
Dat niemand er ernstig aan dacht de wet van 1828 te
handhaven, hierin gelooven wij TARBE gaarne.
VI.
wm vnu 1 Amir. 1837.
Het Hof van cassatie had sedert zijne oprigting besten-
dig te kampen gehad om zijn bestaan. Dit kon slechts
daardoor verlengd worden , dat men het of zijne bestemming
als bemiddelaar tusschen de wetgevende en de regterlijke
magt ontnam, en dus de instelling zelve zoo goed als ophief,
of dat men gedurende nog langeren tijd in de regten
van de wetgevende magt ingreep. Eindelijk bragt de wet
van 1 April 1837 eene radicale verandering aan. Deze
. verandering en de vroegere wijzigingen van het Hof van
cassatie zijn waarlijk geen bewijs van veranderingszucht
E der Franschen; zij kunnen veeleer als een bewijs van een-
i

ë
V