HomeDe cassatie-regtspleging in Frankrijk en eldersPagina 71

JPEG (Deze pagina), 665.11 KB

TIFF (Deze pagina), 6.89 MB

PDF (Volledig document), 70.31 MB


i4
1
~­- 57 ~­~
Volgens artt. 262, 263 en 264 moest het uitvoerend
direetoire aan het Hof van cassatie door zijnen commis- t'
saris, zonder nadeel der belanghebbende personen , die
handelingen mededeelen , waarbij de regters hun gezag ii
' overschreden hadden, welke handelingen dan door het Hof (
van cassatie werden vernietigd; en wanneer eene ambts­­ V
overtreding mogt begaan zijn, moest de zaak aan het ‘
wetgevende ligchaam worden medegedeeld, dat het decreet
tot aanklagte na verhoor des aangeklaagden uitvaardigde. V
Daarentegen zal het wetgevende ligchaam de vonnissen `
van het Hof van cassatie niet vernietigen (hetgeen de
Nationale Conventie vroeger zonder eenige bedenking gedaan
had, zie Tnnniz, blz. 105), en alleen de schuldige regters
persoonlijk kunnen betrekken. (Het noch met wetgevende,
noch met regterlijke magt bekleede Hof van cassatie ver-
nietigt de vonnissen in laatste instantie gewezen; maar de
wetgevende magt zelve kan de uitspraak van het Hof van
i· cassatie niet vernietigen.)
I Eene wet van 2 Brumaire, aar IV, stelt eenige bepalingen
vast en bevestigt, voor het overige, vroegere wetten, namelijk
de Koninklijke Ordonnantie van 28 Junij 1738, en herinnert
op deze wijze aan den oorsprong van het Hof van cassatie.
De wet van 27 Ventöse, jaar VIII, veranderde het ka- l
rakter van dat Hof. In art. 78 wordt bepaald, dat bij
voorziening in cassatie tegen het tweede vonnis, het geheele I
Hof van cassatie, in vereenigde kamers, over het geschil-
punt beslissen moet. Art. 88 bepaalt, even als art. 25 der
wet van 27 November 1790, en de artt. 262, 263 der
Gonstitutie van het jaar III, de cassatie-procedure, welke
niet door eene partij, maar in het belang der wet, door
den commismire {hz gourjezwwemená wordt aangezocht. Daar (
it
i