HomeDe cassatie-regtspleging in Frankrijk en eldersPagina 69

JPEG (Deze pagina), 634.45 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 70.31 MB

»­ 55 -­ 5
111. j
wirr VAN 27 vnnrrösn, v1Ir° man.
De strafzaken uitgezonderd, heeft het Ilot van cassatie ,
zoo als het door een decreet der Nationale vergadering van
den 27 November 1790 werd ingerigt, tot aan de wet van
27 Ventöse jaar VIII geene wezenlijke verandering onder- Y
gaan. In burgerlijke zaken was met de oprigting van het
Hof van cassatie, ten aanzien der schendingen van vorm,
een onzekere toestand ontstaan. Art. 3 van het decreet I
van 1790 had, met het oog op de ontworpene algemeene
' burgerlijke en proceswet, de cassatie Wegens schending van
zoodanige proces-vormen, welke op strafle van nietigheid I
door de bereids bestaande wetten waren voorgeschreven,
toegelaten. Eene wet van 44 Germinal jaar II lichtte dat
artikel in dien zin toe , dat alleen bij schending van zeodanige
vormen, welke bij voor 1789 uitgevaardigde wetten voor-
`° geschreven waren , de cassatie aan de in de Wet uitdrukkelijk
bedreigde nietigheid onderworpen was; dat het echter, bij
vormen, welke bij de sedert 1789 door de Nationale ver- .
tegenwoordiging uitgevaardigde wetten voorgeschreven
Waren, niet op die bedreiging aankwam, en dat bij elke j
schending van vormen alleen dan cassatie incest plaats
hebben, wanneer bij de bevoegde regtbanken vruchteloos
herstel daarvan gezocht was geworden.
Nadat nu de later in het leven getreden Code de pm-
cézlme, in art. ·it80, no. 2, een bij den bevoegden regter
aan te brengen zcquéáe cávilc wegens schending van vor-·
I men, welke op straile der nietigheid zijn voorgeschreven,
verleend had, werd daardoor dit punt tot klaarheid gebragt,
dat alleen wegens schending van zoodanige vormen, nopens
I
l
{ .
j ,