HomeDe cassatie-regtspleging in Frankrijk en eldersPagina 48

JPEG (Deze pagina), 644.71 KB

TIFF (Deze pagina), 6.73 MB

PDF (Volledig document), 70.31 MB

l
l
-· 54 ·­-
werking van het vernietigende vonnis zich ook tot derden
derwijze uitstrekken, en zich niet tot de geschilvoerende
partijen beperken moet. Met betrekking tot derden moet een
eiseh tot cassatie, welke van het opsehortend­eilect beroofd °
is, in ’t geheel geene werking hebben. Dien verkrijger, die j
gezien had hoe zijn verkooper in het goed door den regter
hersteld werd, mag men het verwijt niet toevoegen , dat hij
gedurende het eassatie­proces eene zes Zááigiosa gekocht heeft,
welks bezitter slechts een van den afloop van dit proces
afhankelijk regt op hem heeft kunnen overdragen; (op welke t
wijze bij Taneiä de vernietiging van den koop ten gevolge
van het casserende vonnis geregtvaardigd zou moeten
worden.)
Op zulke doolwegen moet het ongelukkige streven voe-·
ren , om van het hof van cassatie alles verwijderd te houden,
wat liet als eene derde instantie zou kunnen doen aanzien,
om dit voortdurend zonder eenig karakter te laten bestaan,
en daaraan eene louter negative werking te verzekeren.
lndien het al moeijelijk moge vallen, te zeggen, wat
eigenlijk het hof van cassatie volgens de denkbeelden der
Fransehcn in het jaar 1790 zijn moet, zoo is toch zooveel
zeker dat het geen derde instantie van regtspraak moest
wezen. De czmseil {Zes parties was dit stellig niet, en de
plaatsvervanger daarvan mogt het ook niet zijn.
Het is eene eigenaardige soort van conservatismus, om
het principale onnadenkend af te schaden, en het accersa-
rium angstvallig te behouden. De Franschen hadden ten
tijde van de oprigting van het hof van cassatie eenen ge-
weldigen sprong in het staatkundige gedaan: de Konink­
lijke magts-volkomenheid was vervlogen; maar de cassatie-
procedure, welke van die magts-volkomenhei d hare wezenlijke