HomeDe cassatie-regtspleging in Frankrijk en eldersPagina 44

JPEG (Deze pagina), 692.22 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 70.31 MB

f_l_j,­ ·· - rr · Ww ­ ~r­»WY•»­·.7r.r ­« ­¤L­ .­. «­­~.. -·­ .- ,.., ,__.. ,`__ ,,_ -
i
regtszaken ingesteld zijn (art. 3). Eerst dan, wanneer het
iïibïüllll (ZM 7'€7?/UOi, GVCD. als hGl) GCI`SfG, CH, ODd{1IlkS CCHC
j verzochte en verkregene cassatie, de derde regtbank weder
, even zoo regt spreekt, zal de zaak aan het wetgevend
_ ligchaam voorgelegd worden, hetwelk een door den Koning
i te bekrachtigen decreet tot uitlegging der wet uitvaardigt,
E waaraan het Hof van cassatie zich bij het opmaken van
deszelfs laatste beslissing te houden heeft (art. 21)
Gelijk in den omzseél des parties vindt eene voorloopige
toetsing door eene afzonderlijke requesteinafdeeling plaats
i (Art. 5 enz.). De fatale termijn wordt gepastelijk tot drie
5 . ` .. ` . ’ il
maanden in den re¤‘el voor bur<rerli ke zaken verminderd
J: D O
i (1) Tanrnä ontzegt aan liet aldus georganiseerde cassatie~liof de
jh mogelijkheid om voort te leven (blz. S3). Hij misprijst het, dat men
gj voorbijgezien had de vierde regtbank, aan welke de zaak ten laatste
V? komt, gelijk het cassatie-hot`, op te leggen. dat zij zich bij de beslissing
jj naar het interpretatie­deereet te rigten hebbe. (Verd dit niet als iets dat
jf van zelf spreekt beschouwd?) Hij vraagt verder, wat er dan gebeuren
" zal, wanneer het wetgevende ligchaani de van hetzelve verlangde inter-
pretatie weigerde of naliet te geven (dan handelde het inderdaad tegen .
,;· zijnen pligt, en door pligtvorzuim kan ook zelfs de beste inrigting
° verijdeld worden), of de Koning zijne bekrachtiging weigerde; dan kan
r, de beslissing der regtszaken wel van vijf tot zes jaren lang verschoven
worden. Laatstgemelde bedenking is wel het gewigtigste. W3H1l8Cl` de
wetgevende factoren zich over de authentieke interpretatie niet kunnen
té vereenigen, en die dus moet achterblijven, zoo is de geheele cassatie-
, ’ procedure doelloos geweest.
· YVanneer zoodanige bedenkingen reeds voor eenen tüd waarin het
wetgevende ligchaam permanent is, bestaan, welke rol moet dan een
` eassatie­hof spelen, waar het wetgevende ligchaam niet voorgeschreven is
[ om het geheele jaar door bijeen te blijven?
(2) Er bestonden dadelijk twee seetiën, die voor de requesten en de
_ eigenlijke cassatie~al`deeling. Sedert de wet van 29 Sept. 1793 bestaan er
A gj drie seetiën: eene requesten-kamer, eene sectie voor burgerlijke zaken
en eene voor strafzaken.
jjlr «
E
lrj

r ii
i l
r ‘l
J
rl
fl