HomeDe cassatie-regtspleging in Frankrijk en eldersPagina 27

JPEG (Deze pagina), 768.36 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 70.31 MB

{ H ww.- ­· ~;­ -4 ·ï ’:‘iï"i* ­­­‘·~ · - »­···· ~­···~ ` jj
li
ä
l
' l
jl
l , ·:· l
-­ lo -
alles behecrsclicndc kaste ontaardcn, welke zich boven de
wetten verheffen kan. De regterlijke magt is geen op zich
zelf naast de wetgevende en de uitvoerende magt zelfstaiidig
bestaand gezag, maar slechts een tak van het uitvoerend j
t bewind (1), welke niet met de wetgevende inagt gelijkelijk, ia
t ` ‘
' (l) Elke uitoefening van dit gezag is, in den grond der zaak, eene jl
judicature in den uitgestrcktsten zin des woords, dat is, eene subsumtie
van de concrete maatschappelijke bet1·ekkingen onder de gesebrevene of
ongesehrevenc wet, en werking op die betrekkingen naarden wil der
wet. Het kenschetsende van het regtersarnbt bestaat alleen door de toc-
bedoeling van bepaalde soorten van die betrekkingen, de zoogenaamde 2
j regts­zaken.
Het denkbeeld , dat de regterlijke magt geen tak van het uitvoerend gezag ­
[ zijn moet, heeft tot het onpractiseh denkbeeld geleid, dat de voltrek- 1
I king van de vonnissen, wanneer daarover weder geen regtsstrijd ontstaat, `
niet tot den werkkring van het regtersambt moet behooren. Met dit
denkbeeld mag men van geene regterlijke magt spreken, want de rcgts­
pleging wordt dan eene loutere schijnmagt, de regtcr een professor jarig, ·
die voor het volk doceert, dat hem uitlacht, en den deurwaarder, als
den hoogepriester in den tempel van T lzemis, eerbiedigt. De werktuigen
` tot de ten uitvoerlegging behooren alleen als zooclanig behandeld te
worden; hun mag niet de geringste speelruimte gelaten, ieder hun-
ner schreden moet door den regtcr voorgeschreven, bewaakt worden.
Vant het beste vonnis heeft geene waarde, zonder behoorlüke ten uit-
vcerlegging, en met deze begint eigenlijk eerst de werking van den 1
regter in den Staat. Het geding zelf is slechts van voorbereidenden
aard, om de subsumtie onder de wet, en de handhaving van deze mogelijk
te maken; en het vonnis is niet zoo zeer het einde als het begin van :
’s regters werkzaamheid. De strekking van het vonnis is om tot de
uitvoering te komen, welke door de motieven als den wil der wet geregt­ i
vaardigd wordt; en geschiedt die nu vrijwillig van de zijde des schul-
digen, dan geschiedt dit alleen ten gevolge van het in 't vonnis vervatte
bevel.
De werking van het openbaar ministerie, naar Fransche begrippen,in j
strafzaken, is dan ook onvereenigbaar met de zelfetandigheid en de ,
onafhankelijkheid van de regtspleging. Zij stelt die buiten onmiddellijk ,
verband met het wetgevend gezag. De wil van de wet is, dat immer
daar, waar een misdrijf gepleegd is, ook zonder aanbrengen van den
beleedigde, straf volgt; en deszelfs lastliebber, de regter, moet dien wil

ii
Lt
41*
1/