HomeDe cassatie-regtspleging in Frankrijk en eldersPagina 105

JPEG (Deze pagina), 552.00 KB

TIFF (Deze pagina), 6.74 MB

PDF (Volledig document), 70.31 MB

'

t
l
-- 91 ·­-­­
wet van 1 April 1837 den aard van die instelling ver·
valselit heeft (zie b. v. Gorinnnv t. a. p.), zoo moge hun
ten troost strekken, dat de instelling zich zelve overleefd è j
heeft. Tanmä meent, dat sedert de wet van 1837 het Hof W
van cassatie meer dan ooit van het gewigt zijner roeping { l
. doordrongen is. llael moet dat eerwaardige regts-collegie
gevoelen, dat het thans eerst zijne ware bestemming bereikt
l heeft. De tegenstanders van die wet hadden meer grond
daarover te klagen, dat zij datgene, wat hun reeds in 1790
had moeten zijn gegeven, namelijk een opperste geregtshof, tp
thans nog niet in onvervalsehten vorm bezitten, dat ook
na 1837 de vormen van het llof van cassatie nog bestaan,
Q en de oude cassatie-geest, in de wezenlijkheid niet meer
bestaande, nog als eene sehiin blijft rondxvaren.
ll i
sï 2
ä P
-­ï••<;&»qg,`, - _ á`
vn. j
it
nxrr nos van onssnrrn rx DU[TSC1·[LAN'D.
v De onbewuste dwang, dien vaststaande, door langdurige l
gewoonte geheiligde, vormen over de gemoederen der nien-·
sehen uitoefenen, wordt vaak een weldadige steun voor het
door liartstogten of schokkende gebeurtenissen uit zijne `
baan gedreven binnenste. Dit geldt op het kleinste stand~»
punt, en doet zich ook voor den rninieren gezigtskring j
Y des levens gelden. llet verklaart ons, dat vaak op zich
zelven onbeteekenend gexvordene vornien zoo lang blijven i
bestaan. welke maar neinigen g<i·¤·o·‘j><·n zijn o1n<lorn·t<‘