HomePro Flandria servandaPagina 76

JPEG (Deze pagina), 1.23 MB

TIFF (Deze pagina), 7.68 MB

PDF (Volledig document), 140.46 MB

· ‘~ l l M `_c£ïkmi.E£ü£é&褧Nçàu_(_,M”ám.L_g:ë,$_á,Q2_IL&H¤g_,“,g;u5;mgg€,;ng;a,yg,£;ü;&,&g;;g§g§;” `. la. , ’ f` V. .(= l ­; . ' " h e ` . I
_";E1 ·
ë , li w 60 DE BESTUURLIJKE SCHEIDING
_ · Q V Het Hof van Cassatie heeft dus ge·oordeeld, dat het twijfelstuk langs ;
ï ï . internationalen weg dient uitgemaakt te worden, en bovendien nog, dat
,1 ' de reeds genoemde Belgische wet van 25 Mei-8 Augustus 1910 (hou- 1
{jg? 1 -,2 dendebekrachtiging van de Haagsche c-onventie) van publiekrechter-
Q, l L lijken aard is. 1) ,
j · In al de hierboven vermelde betwiste punten: den omvang van de be- ;
{J; E lf stuursrechten van den bezetter, de wette-lijkheid van de splitsing van 1
ii § [V de bestuursorganismen, de wettelijkheid van benoeming en bevo-rdering 1
Q » ;’§·;¢ s van ambtenaren door den bezetter, de wettelijkheid van het ni­et erken- i
ä T f n·en, resp. ontslaan, het gevangen zetten en bestraffen dezer ambtenaren i
1 ‘,;f_ door de teruggekeerde regeering, is dus het internationale scheidsge­
YQN j recht te ’s-Gravenhage uitsluitend bevoegd. Partijen in het geding zou-
iii “ Y den zijn: de Belgische Staat ter eenre en de Duitsche Staat ter andere {
§ gi ik ¥ Zijde. Het geding eenmaal ingeleid zijnde, zou aan het scheidsrechter- 1
iii? Q i lijk Hof behooren gevraagd te worden, dat het hem moge behagen aldus
Q · te be-sluiten:
‘ I Ten eerste: dat de bezettende macht in België, krachtens de- Haagsche 1
Conventie het gezag uitoefenende, bevoegd was om de bestuursorganis-
, · ‘ men van België in een ,,Vlaamsche" en een ,,Waalsche" afdeeling te
nii M , splitsen, en wel bij een besluit van den Gouverneur-generaal, gelijk-
‘ ` staande met een besluit van den Koning der Belgen.
nl 2 l Ten tweede: dat zij evenzeer bevoegd was, om fungeerende· Belgische
l `,g V · ambtenaren te bevorderen, ·en voor zoover noodig, nieuwe aan te stellen. {
' _ Ten derde: dat de wetten en besluiten, met het oog op het bezette ge- i
li ` i bied uitgevaardigd door de Belgische Rege·ering, die buiten dat gebied I
Ii, L1 p -haar zetel had, met den in datzelfde gebied krachtens de Haa.gsc‘h»e­ Con- {
ik 1 H ventie heerschenden rechtstoestand onvereenigbaar zijn, en dus, voor
j_ ‘ ‘ zoover ze mochten worden toegepast, ongeldig.
J1 Ir 2 1 1 Ten vierde: dat het derhalve met alle beginselen van recht en gerech-
jl; ' tigheid in strijd is, dat de teruggekeerde Belgische regeering, boven-
*11 . s ~-~---; - --L---~-Y--~;-à--
; tg slechts kan leiden tot de toepassing van de sanctie voorzien bij artikel 3 der
l , t ` C0nventie."
xf j, ,‘ Dit art. 3 luidt als volgt: ,,La Partie belligérante qui violerait les dispositions
’ ·du dit Règlement (d. w. z. het ,,Règlement concernant les lois et coutumes de la ~
‘ 1 ïï guerre sur terre") sera tenue à indemnité, s’il y a lieu. Elle sera responsable de 2
gj tous actes commis par les personnes faisant partie de sa force armée". E
` Q Q; (,,De oorlogvoerende partij, die de bepalingen van gezegd Reglement [be- 1
C doeld wordt het Reglement betreffende de wetten en gebruiken van den oorlog ,
° ‘ te land] overtreden zou, zal in zulk geval tot schadevergoeding gehouden zijn. i
· Zij zal verantwoordelijk zijn voor alle handelingen verricht door personen, die E
, ° ;‘ deel uitmaken van haar gewapende macht").
- 1 Q Q 1) Zie Pasicrisie Belge, jaarg. 102-103, 1915-1916, blzz. 375-418; Memorie g
T van Mr. HAussEus, blzz. 38,0-383; besluitschrift van den Procureur­Generaal
‘ ;§jï*;§Q‘ Tnmxunsn, blzz. 383-416; arrest van het Hof, blzz. 416-418). 'T
El · lxjïfg ’ ` E
' ` i 2
Z! 1 j lf?
i ·1.§¤f2ä맧 · ' l

12 · lïgjläil, 4 _

` ‘ , .,_. _ ____ ,_1.t.._.,..;.e .>..l T ‘