HomePro Flandria servandaPagina 72

JPEG (Deze pagina), 1.19 MB

TIFF (Deze pagina), 7.63 MB

PDF (Volledig document), 140.46 MB

1

1 1 'lïi 1 _ 56 DE BESTUURLIJKE SCHEIDING {
1‘ _, ......,,,....... .. . . . .. .. .,...... . ............ ....4........`.,. ä
li [ 1,, , gerechtelijk te vervolgen, omdat zij van de bezettende macht een benoe-
Q j mi·ng of bevordering hebben aanvaard.
=1= =1< =1= li
1 ’Q*j“ Welke is nu de houding van de Belgische regeering tegen·over ambte- ä
T 1 naren, die door den bezetter werden benoemd of bevorderd? 1
`p ii 1,] Deze ambtenaren worden niet alleen niet erkend, ze worden tegelijk l'
T met hen, die, reeds vóór d-en oorlog aangesteld en tijdens de bezetting in Q
, · · dienst gebleven zijnde, bij de bestuurswijziging betrokken zijn geweest, 1
L gi - van landverraad beschuldigd en onmee-doogend gevangen gezet.
,; Zij, die de· toestanden. in het licht der Haagsche conventie beschouwen, lg
jl n zullen, zooals hierboven uitvoerig is aangetoond, deze opvatting der Bel-
, gische regeering niet kunnen deelen en een geheel tegenovergesteld
gl standpunt innemen. Met des te meer kracht zullen zij tegenover de
ti , _ tegenwoordige opvatting der Belgische regeering de hunne st·ellen, daar 1
1 0 g de Haagsche conventie van 1907 in België niet alleen tot wet is ver-
. heven, m.aar de Belgische regeering daarenboven vóór den oorlog dui-
`;ê‘t` , j delijk heeft aangetoond, dat zij zelve geen ander standpunt innam, zoo- 1
'I1,1 1 A als blijkt uit e·en rondschrijven, door den Belgischen minister van bin- ll
L nenlandsche zaken PAUL BERRYER, d.d. 10 Juni 1913, aan de Gouver- ti
1 neurs der provinciën gezonden, dat o.a. het volgende bevat: ·
*41;; ‘ ~ ` ,,Ten aanzien van -de staatsambtenaren, ressort·e»eren·de onder de ver- j_
’ ,,schillend-e ministerieele departementen, heeft de oorlogvoe-rende niet ï
ë ,,h·et recht hen te verplichten onder zijn bevelen te dienen. De Belgische j
Igl. · , ,,regeering zou er echter geen belang bij hebben, hun te gelasten uit hun ·
_!;1ï= ; . ,,dienst te treden. Dat zou inderdaad een groot onheil zijn voor het land,
jg, t . ,,dat aan regeeringloosheid zou worden prijsgegeven, of bedreigd met
Q ,,h·et juk van een vreemd noodbestuur, onbekend met de wetten en met ,
l if ­ ' ,,de bevolking, een bestuur, dat de oorlogvoerende onverinijdelijk in het
,,land zou moeten invoeren, indien de bezetting van langeren duur
;| Li; * , ,,mocht Worden.
dj ,,Het zou dus hoogst wens-chelijk zijn, dat gedurende de kritieke 1;
;· 1· ,,periode, die het land wegens de overweldiging zou hebben do-or te 1
. niäaken, het nationale bestuur, overal waar ­dit mogelijk,.is, in stand
gg te * ,, eve. 1
i, · X . ,,De ambtenaren in alle rangen, zelfs de hoogste, z-ouden dus op hun <
" E 1 ‘ ,,post moet·en blijven en hun am·bt waarnemen, indien de overweldiger 1
_ 3 ` ,,dat niet verhindert. E-
‘ ïQ·~;g · ,,Deze mag steeds al hun daden nagaan, doch kan hen niet verplichten p
§f_5;· ,,t0t e·en eed van trouw aan de vreemde regeering. De bezetter heeft
1 ,,slechts het recht de belofte te vorderen, dat de verbintenissen, die zij
E . .,hebben aangegaan, en die zij slechts in het belang der bevolking op
1 .1 1 -.., ,,zich genomen hebben, loyaal nako1nen". ti
è Het was dus wel de bedoeling der Belgische regeering, dat alle ambte- `
1 __ gi naren zooveel mogelijk op` hun post zouden blijven. Tot -de verplichtin- 1
il E · V 1 1
,
L1 11011; .
Aï $1 1 fjzäi ” !
.1 `
2; è . `
,11;’?‘ ` · - I- ·» -- ·` 1*- E.,;,·‘Y · I '
{fü_'_f_ i _ 1 4 · ·~ . . . .- ·~--­­»-»~- ·=-·’~·~==‘=5‘·’*t‘“""”""”"""- ??