HomePro Flandria servandaPagina 65

JPEG (Deze pagina), 0.99 MB

TIFF (Deze pagina), 7.58 MB

PDF (Volledig document), 140.46 MB

: een even-
2 han·delin- i
III
E
Vlaamsche
, afhangen DE BESTUURLIJKE SCHEIDING
bezettende _ _ __
ï‘ Door het Duitsche burgerlijk bestuur 1n België is tijdens den oorlog
· Ondgyvvijs lv een splitsing der ministerieele bestuursorganismen in ,,Vlaamsche" en
;_ E ,,Waal·sche" afdeelingen in.gevoerd, hierin bestaande, dat de· aan- .
_e nnlveneh * gelegenheden van het Nederlandsch sprekende gedeelte des lands aan
)p.OI·tuHit@it de eene zijde, en die van ehet Fransch sprekende gedeelte aan de andere
jjkg lnetel- zijde, voortaan elk aan een afzonderlijk ambtenaarscorps ter be-hande-
Jvêytuiglng F~ VVGI°d€Tl Opg€dI`3.g€I`l. ‘
n haar he- ‘ Het burgerlijk bestuur be-riep zich daarvoor op het belang, dat de
le hgiilzaam ·bev·olki­ng er bij heeft de volkstaal overal en altijd als bestuurstaal ge-
‘ bruikt te zien, te meer daar aldus de hinderpalen, die een vo-lledige
` toepassing der Vlaamsche taalwetten tot dan toe in den weg hadden
gestaan, des te gemakkelijker z·ouden worden overwonnen. .
Deze splitsing, bekend on·der den naam van bestmtrlijlce scheiding,
is door d·e Belgische regeering, bij haar terugkeer in het bevrij de land,
l_ weer te niet gedaan, op grond, dat hare invoering onwettelijk zou zijn,
en de ambtenaren, die in verband daarmede een benoeming of bevorde-
ring hadden aangenomen, zijn door de Belgische rege­ering niet erkend,
respective ontslagen, en worden van landverraad beschuldigd.
Of deze zienswijze met een onpartijdige opvatting der internatio-
nale rechten en verplichtingen en met de belangen van het Vlaamsche
Volk in België strookt, kan alleen blijken uit een onderzoek naar:
a) den omvang van de bevoegdheid der ·bezettende macht;
bl) de loyauteit en den rechtstoestand ­der bovenbedoelde ambtenaren;
_ c) de verwachtingen, die v­oor land en volk van de bestuurlijke schei-
ding redelijkerwijze mochten worden gekoesterd. ‘
In de eerste plaats dient onderzocht, wat de grenzen zijn van de be-
§ voegdheid der bezettende macht, naar de opvatting van de internatio- ·
nale Haagsche conventie van 1907.
Art. 43 van het Reglement gevoegd bij het vierde Haagsche verdrag
van 18 Oct. 1907, de wetten en gebruiken van den oorlog te land be-
treffende, bepaalt dat, zoodra het gezag van de wettige macht feitelijk
j is overgegaan op de bezettende, dez·e, ten einde zooveel mogelijk de
l openbare orde en het openbaar leven te herstellen en te verzekeren,
· V alle maatregelen nemen zal, die binnen haar bereik vallen, waarbij,