HomePro Flandria servandaPagina 38

JPEG (Deze pagina), 1.15 MB

TIFF (Deze pagina), 7.65 MB

PDF (Volledig document), 140.46 MB

l .
l 22 HISTORISCHE INLEIDING
X p E ,.............,........,,,...“.....,..... ..I.I....,... . ...>................»>.2..,,.......................,..... . ...” .... . »,..............,....<................. ïá
1 werk gestelde middelen, heeft het Vlaamsche volk geen Fransch geleerd.
ä Het is, integendeel, en gelukkig! in zijn breede lagen ,,éentalig", zuiver
Vlaamsch, het Fransch onkundig gebleven. Zooals LODEWIJK DE
l RAET met de ontleding van de uitkomsten der volkstelling die in 1846, §
( ·onder leiding van den grooten QUETELET gehouden werd, heeft bewezen, ,
Q: waren er toenmaals per duizend inwoners, slechts tien Franschspreken-
1 j den, daarin begrepen de zeer talrijke Waalsche ambtenaren en bedien-
ë den, officieren en soldaten, die (velen met hun gez-in!) in Vlaanderen
F gevestigd waren.
‘ . Ofschoon, bij volgende volkstellingen, t-elkens werd uitge-gaan van
het beginsel der talenkennis, was de uitslag niet anders. De telling van
1910 ·b.v. bracht aa·n het licht, dat het getal van de absoluut verfranschte
ti Vlamingen en van de Walen in de vier no·ordelijke provinciën (de wei-
l nige daarin gelegen Waalsche gemeenten buiten. beschouwing gelaten)
j juist 47,288 bedroeg. In 1846 waren e·r op hetzelfde grondgebied
1 22.000 inwoners, die gewoonlijk Fransch spraken. 64 jaar later is dat
getal gestegen tot 47.000 : 25.000 meer dan in 1846. Terecht zegt
LODEWIJK DE RAET: ,,ziedaar de zuivere aanwinst gedurende 64 jaar
pl verfransching! Een uitslag om de voorstanders der algeheele verfran-
sching van Vlaamsch België voor altijd met wanhoop en moedeloosheid ;a
te slaan." 1) sl
(Y Ook de schoolstatistieken bewijzen, dat het onderwijzen van het
( Q Fransch in de lagere school een zeer mageren uitslag oplevert 2), zooals
l `“ van regee·ringswege zelf zonder omwegen werd toegegeven: ,,De vorde­ B
V ringen en uitslagen, m­en is wel verplicht het te erkennen, beantwoorden 5
niet aan het onderwijs dat in de lagere en normaalscholen werd gegeven,
( iä noch aan de pogingen, welke werden aange-wend, om het te verspreiden.
In vele dezer scholen is de studie der tweede taal geenszins vruchtbaar,
zj en het weinige, dat de leerlingen er van leeren, w­ordt spoedig vergeten."
g Sedert minister SCHOLLAERT dat in 1899 schreef 3), is de toestand geen
haar beter geworden. Niet in de school, maar i­n het leger, of door om-
ll gpang näetà Frlansähsprekeiinden, leert de man uit het volk het beetje
. ransc. at ij e-et te ennen. il
lat De werkelijke onbeduidendheid van dezen uitslag kan echter alleen
hij beseffen, die er een juist begrip van heeft, wat voor Franschin
Il Vlaanderen gesproken wordt. Afgezien van een klein getal uitzonder1n­ wg
gen, bestaat hetgeen in Vlaanderen voor Fransch doorgaat, uit een
­ë 1) Over Vlaamsche Volkskracht (Brussel, 1913), blz. 570. Reeds in 1875 E?
‘ heeft ook Auousriï SCHELBR er de aandaoht op gevestigd, dat de vorderingen
, van het Fransoh niet de moeite waard waren; zie Patria Belgica, dl. 3, blz. 405.
( 2) Zie de uitvoerige tabellen bij G. SEGERS, Onze Taal in het Onderwijs,
(Gent, 1904), blz. 116 vlgg., en de redevoering gehouden door MAX. Roosxzs
op het 21ste Taal- en Letterkundig Congres te Gent, in 1891. '
3) Zie zijn rondschrijven aan de h0ol’dinspecteu,rs, rin extenso m­edege­
lj. deeld door Ssoeias, a.w. blz. 155 vlgg.
.ï jg
. _ _ ê‘