HomePro Flandria servandaPagina 18

JPEG (Deze pagina), 1.21 MB

TIFF (Deze pagina), 7.56 MB

PDF (Volledig document), 140.46 MB

2 HISTORISCHE INLEIDING ` _ I
i twee deelen, elk met een eigen taal: de bevolking der noordelijke helft · ‘
IQ is Vlaamsch ; haar taal is dezelfde als die der Hollanders en behoort, met _ ‘
E Engelsch, Hoog- en Nederduitsch, Deensch, N o-orsch en Zweedsch, tot de
groep der Germaansche talen, terwijl de b-evolking der zuidelijke helft
Waalsch, dus Romaansch is, en - afgezien van vrijwel alleenstaande
pogingen om een Waalsche literatuur te scheppen - bijna uitsluitend ii
le, het Fransch als letterkundige taal gebruikt. (
? Vlaanderen, Brabant en Luik bestonden oorspronkelijk uit een Ger-
1 maansch en een Romaansch gedeelte. Het eerste, ·waarvan het ,,walsch"
l gedeelte - ,,la Flandre gallicante" - stukje voor stukje, met nog een
flinke strook van het Germaansche er bij, door Frankrijk we·rd inge- <
palmd, was in zijn geheel een leen van de Fransche kroon; de lan·ds- Q
heeren waren steeds Walen of Franschen. Alleen dááridm r-eeds nam de gi
j Fran sche taal er al vroeg een zekere plaats in. Toen de grafelijke kanse-
r; larij, naast het Latijn, eene levende- taal ging gebruiken, was dat aan- `;
vankelijk, met weinig uitzonderingen, het Fransch, de taal van den
ä* landsheer, den koning van Frankrijk, een toestand waarin eerst door g
JACOB VAN ARTEVELDE grondig verandering werd gebracht. Daarbij ,
kwamen de betrekkingen met den leenheer. In de beide andere gewesten "
was het er heel anders mede gesteld: daar werd het Latijn vervangen '
jl door het Nederlandsch in het Germaansche, door het Fransch in het I
Romaansche gedeelte. Overal echter deden Fransche letterkunde en «
i` beschaving hun krachtigen invloed gelden. Daarbij zijn nog gekomen de E
gemeenschappelijke belangen en behoeften van omgang en verkeer tus- l
J schen Vlamingen en Walen. Dat alles heeft er toe gele·id dat in geheel
yï noordelijk België van lieverlede veelvuldig gebruik gemaakt werd en {
g wordt van het Fransch. De stambewuste Vlamingen verzetten zich ech- [
ter tegen dit gebruik, zoodra het in misbruik ontaardt, dat wil zeggen: §
,5 · zoodra het afbreuk doet aan het eigen volkskarakt-er en dus in strijd
Q komt met de wezenlijke volksbelangen, die dieper en hooger liggen dan I
il het gebied der alledaagsche, oogenblikkelijke stoffelijke voordeelen. (
Het zou ons te verre leiden, indien wij in den breede wilden uiteen- ü
lf zetten den nadeeligen invloed, op het Vlaamsche volksleven, van d-e ach- ',·
6 teruitzetting van de volkstaal voor het Fransch reeds ten tijd-e van het ,
bestuur der Bourgondische hertogen, maar vooral in het tijdperk 17 94-- .lQ
1813, onder de Fransche overheersching, en in dat volgende op de los-
making van België in 1830 van het koninkrijk der Nederlanden. We {
kunnen er mede volstaan, ons tot enkele hoofdtrekken te bepalen. t
Bij de vereeniging der gewesten die het tegenwoordige België uit-
maken, onder het Bourgondische vorstenhuis (15de eeuw), werd een jg
centraal bestuur ingesteld en geleidelijk uitgebreid, dat in de 16de eeuw
i in de macht van Spanje, in de 17de eeuw in die van Oostenrijk overging;
E Dit centraal bestuur werd bijna uitsluitend in het Fransch gevoerd,
ï wat - ofschoon het gemeentelijke en verdere plaatselijke inrichtingen
in hun oude vormen liet voortbestaan: Vlaamsch (Nederlandsch) ten ­
noorden, Waalsch (Fransch) ten zuiden der taalgrens - toch al vroeg ’ »
ë- i
‘ wi