HomePro Flandria servandaPagina 113

JPEG (Deze pagina), 1.25 MB

TIFF (Deze pagina), 7.74 MB

PDF (Volledig document), 140.46 MB

H
ZELFSTANDIGHEID 97 _
rader- zaam als ze zijn, trachten zij nog het recht, dat hun toekomt, door rede-
Jtmne neering en overreding te verkrijgen; verdragen zij nog onrecht, hoon V
en smaad; deinzen zij nog terug voor broederstrijd en burgeroorlog. . ‘
rn het Maar ’t is hun zoo duidelijk gebleken, het wordt hun elken dag zoo on-
licha- -dubbelzinnig gezegd en herhaald, dat men het op hun bestaan gemunt 2
sehen heeft, dat in België en z·elfs nergens meer onder de zon voor het Vlaam- ·
E Oht- sche volk geen plaats meer is, dat zij liever alles op ’t spel zullen zetten,
kreet dan zich in zoo slaaflijk een lot te schikken. Ook de Vlamingen zien het
at tot aankomen, dat de verschrikkingen van den vrede nog erger en gruwe-
. van lijker -dreigen te worden dan die van den oorlog; niets natuurlijker, dan
dat zij niet gezind zijn, zich weerloos daarbij neer te leggen, maar hun
mdat ·stoffelijk en geestelijk bezit, wel verre van het te laten te l-oor gaan,
echt- met hand en tand willen verdedigen.
om- België, verscheurd door de twisten tusschen Vlamingen, Walen en
dicht ,,Belgicisten" is, ten gevolge van den hybridischen vorm van den een-
leren heidsstaat, waaraan het zich vastklampt, gedoemd de beroering, die zijn
Sta- bestaan bedreigt, steeds meer aan te wakkeren en te onderhouden. Het
zijn zoekt de rust op den weg der onrust, en ·durft - het officieele België,
gen- wel te verstaan, ­- het eenige middel, dat redding brengen kan, niet aan.
lich- De geheele bevolking heeft het grootste belang bij eene finale rege-
ende ling van het talen- en nationaliteiten-vraagstuk. De regeering houdt
aan- zich, als ware het besef daarvan nog niet tot haar doorgedrongen. Als-
loen of de eis·ch tot vervlaamsching van het bestuur en van het nationale
sche p leven nog nooit was uitgesproken, alsof er alleen sprake van was het
Verd ` bestaande, in de Fransche taal en in onvlaamschen geest gevoerde cen-
rijd traal bewind met al zijne vertakkingen voor Vlaanderens bevolking
èger i · ,,pasklaar" te maken, luidt het eerst in de laatste troonrede: ,,Dat de
: en 1 ambtenaar, de magistraat, de officier de taal moet kennen van hen,
, op die zij besturen, is een grondregel der billijkheid? De vraag, wat de
lche Vlaamsche bevolking er aan heeft, dat de ambtenaar hare taal kent,
van doch er zich niet of slechts bij volstrekte noodzakelijkheid van bedient,
kan i ` ontgaat de regeering echter niet, want op den aangehaalden volzin volgt
onmiddellijk: ,,Het belang zelf van het land brengt mede, dat elke van
len, onze beide bevolkingen in hare taal hare persoonlijkheid, hare oor-
den spronkelijkheid, hare verstandelijke gaven en haren aanleg voor kunst
sch ten volle kunne ontwikkelen". Een werkelijk veel omvattende eischl
de waarvan de verwezenlijking door de regeering niet aangedurfd wordt, ‘
ral want slechts schoorvoetend laat zij ·er op volgen, alsof het een geheel
en, alleenstaand punt betrof: ,,de Regeering zal aan het Parlement voor-
Ol"- stellen, van nu af ·de grondslagen te leggen van eene Vlaamsche Univer- l
€1^- siteit te Gent". Welke verwachtingen van dat goede voornemen mogen
[BH _ .. gekoesterd worden, blijkt genoeg uit de echo’s welke het in de gezag- ·
¤0·O -­ hebbende pers heeft gewekt: ,,Eene bespreking over de talenkwestie in j
3F- de Kamer zou, op dit o­ogenblik, zeer noodlottige g-evolgen kunnen heb- l
3:11, ben", schreef La Flcmdre Zibémle; of, nog duidelijker: ,,De nationale
ld- eenheid zal slechts voltooid zijn wanne·er er eenheid van taal bestaat"
ä
` l
­l
l