HomeGeschied- en redekunstig gedenkschrift van Nederlands herstelling in den jare 1813Pagina 36

JPEG (Deze pagina), 710.29 KB

TIFF (Deze pagina), 4.02 MB

PDF (Volledig document), 33.27 MB

te
l - 36 -
l de jammerlijkste mislukking hlusehte den moed uit; en een vuur, dat slechts
even is ontbrand, is gemakkelijk te dooven.
‘ De onderneming tegen Voerden was niet onberaden, zij was mogelijk, de ­
1 uitkomst heeft het geleerd. En zoo men zich daar niet alleen vestigen, maar jg
l ook voor eenige dagen handhaven kon, tot dat er hulp over land of zee zou ,
‘ aankomen, was zij voor de eer en veiligheid des Vaderlands van onbereken­ F
j baar voordeel. Maar zij werd niet volvoerd met krijgskundige bedaehtzaam­
j heid. De moed, tot overmoed geklommen, was blind voor gevaren; de nood-
zakelijkste voorzorgen werden noodcloos gekeurd; en terwijl men alles te vreezen
‘ had, lag men met de gerustheid van overwinnaars te slapen. Men sehrijve
jv dit toe aan de geringe gedachte, die men thans had van Fransche dapper-
j heid na geleden nederlagen: zij die gevlugt waren , eer nog één arm zich f
li tegen hen roerde, zouden zij aanvallers worden, wanneer men hen gewapend
l op de hielen zat? Zoo werd Voerdcn, weinige uren nadat het door den
kl Generaal ne ionen zonder tegenstand vermeesterd was, door de Franschen
hernomen. Eenige Haagsche burgers sneuvelden, sommigen werden met den
M dapperen Kolonel ·ruu.nvon, op niets minder dan op lijfsbehoud bedacht, ge- '
j wond en gevangen gemaakt; en de twee veldstukken, eene gewigtige bezit-
ting voor die dagen , alles wat men tot deze onderneming had kunnen be-
zigen, vielen den vijand in handen. i
'· De gruwelen van Woerdens rampzalige verovering zijn reeds uitvoeriger ‘
beschreven, dan mensehelijkheid of kieschheid verlangde. Men zou geneigd l
zijn, om ze aan vreemdelingen, meer dan aan Franschen toe te schrijven,
zoo men de tooneelen van Lubck vergeten kon hebben. Op MOLlTOR,S bevel A
gelooven wij niet dat zij gepleegd zijn. Zoo derzelver straffeloosheid hem naar
krijgswetten tot misdrijl` kan geduid worden, zijn verlaten van Utrecht, vier j
dagen later, zonder wanorde, zonder leed aan iemands goed of leven toe-
tä gebragt, heeft die schuld bijkans uitgewischt. V
Dit ongeval, te laat betreurd, verwekte diepe neêrslagtigheid. Het had den ·
Q vijand onze zwakke zijde verraden. Zoo groot was het gevaar nog niet ge-
, weest. In Leyden waanden men de Franschen reeds voor de poorten te zien;
5 de vreesaehtigsten dachten aan vlugten of onderwerpen: maar anderen spra-
ken van de steenen der straten op te nemen, en de Franschen, zoo zij het
= waagden de stad in te komen, van de daken daarmede te begroeten. De Re- ,
¥ gering dier stad, aan den eersten aanval blootgesteld, hield zich toen, enin _
V de volgende bange dagen, kloek en standvastig. Ook het Algemeen Bestuur y j
wankelde niet; al wat den gezonken moed kon opbeuren, wat nieuwe geest- ’
drift stoken kon, werd met beleid aangegrepen; wat het toeval gunstigs aan- I
bood, alom verbreid, en nieuwe middelen van verdediging ijverig bij de hand ·
genomen. Niets echter had Momma verhinderd, om met een handvol volks j ­
j groot onheil te stichten, zonder groot gevaar voor de zijnen. Was het voor- l ,
j zigtigheid, die hem weérhield, en had de stoutheid van den aanslag dieper ·
indruk op hem gemaakt, dan de noodlottigheid der mislukking? Of was het ·
de verschijning der Kozakken te Amsterdam, die hem behoedzaam deed zijn? ,
*‘ Of was het afkeer, om zonder nut voor de zaak zijns Lands, de rij der on-
gelukkigen te vergrooten en door nieuwe Woerdensehe buitensporigheden Z
t 1
t
lt,