HomeOpenbare denkbeelden omtrent de wettige waarde van mijne zaak en middelen ten opzigte mijner schuldvordering ten laste van het DPagina 9

JPEG (Deze pagina), 682.33 KB

TIFF (Deze pagina), 6.65 MB

PDF (Volledig document), 9.25 MB

9
dan vertrouw ik daarmede over den, voor mij (hoezeer enkelvou-
dig verklaarde) opgehaalden brug te moeten kunnen komen om
toegelaten te worden tot het regt van getuigen bewijs.
Mogt ik 1nij eehter ook in deze billijke verwachting vergissen..._
Welnu dan voeg ik bij het gerelateerde, mijne verklaring dat ik
met het getuigen­bewijs niet bedoel het bestaan aan te toonen
van eenige akte of overeenlcomst boven de waarde van f 300.-,
maar daarmede de waarheid zal staven van bijzondere, ter zake
dienende en afdoende feiten... of om daarmede, in verband met
het begin van bewijs in geschrifte, hetzelve te présiceren, om
een volkomen bewijs te leveren van de regtmatigheid van mijne
_ schuldvordering tegen den Staat.
I Ik geloof dat op deze gronden alle vrees moet wegvallen voor
de toepassing van art. 1933. B. W.
Trouwens wie zal bovendien in casu met redelijkheid het regt
en de toepassing kunnen betwisten van de regelen omschreven
bij de artikelen 1839 en 1840 van hetzelfde wetboek; - waarbij
j immers uitzondering wordt verleend aan het bekende eenige
in middel van verbod, aangegeven in art. 1833 B. V.? ....
. Of is het in de onderhavige zaak, met het oog op de kwa-
_ liteit, of het prestige, of het onbepaalde vertrouwen aan het
f Dept. van Justitie verschuldigd te schenken, UIT DEN AARD
DER. ZAAK mogelijk en noodig geweest een schriftelijk bewijs
ll te verschail`en?!..; - of heeft het niets te beteekenen wat er met
, mij vóór de interventie is gebeurd, waarin toch den Minister der
lt geregtigheid ten slotte heeft moeten voorzien... welk beweren ik,
i met toelichting van een Arrest van het Prov. Geregtshof van
Z. H.. gewezen dd. 4 December 1841, evenzeer kan staven als
ik eindelijk de waarheid met getuigen-bewijs zal aantoonen: dat,
zoo niet door forfaitureu, dan toch door overmagt de bedoelde
titel en stukken van overtuiging in het Dept. van Justitie spoor-
loos is verdwenen?!...
S Maar er is meer !..
Want door het getuigen-bewijs zal ook noch worden gestaafdï
ff, dat al de Ministers, welke sedert Maart 1849 belast zijn
geweest met de portefeuille van Justitie, nimmer mijne productie,
als stukken van overtuiging, afkomstig van genoemde Hoofd-
ambtenaren , evenmin de daaruit duidelijk blijkende feiten, dat er
een jaargeld aan mij was verzekerd en gedeeltelijk betaald , hebben