HomeOpenbare denkbeelden omtrent de wettige waarde van mijne zaak en middelen ten opzigte mijner schuldvordering ten laste van het DPagina 7

JPEG (Deze pagina), 708.33 KB

TIFF (Deze pagina), 6.76 MB

PDF (Volledig document), 9.25 MB

tl
N
‘ _ . _ 7
een gewoon burgerlijk proces 1nij gerust te zullen kunnen verlaten
op het nu reeds geleverde bewijs omtrent de hoofdzaak: dat het
waar is, dat het Dept. van Justitie, aan mij voortaan een jaar-
geld te ontvangen heeft verzekerd en slechts heeft betaald tot en
met het lste kwartaal anno 1849.
Maar het geldt hier eene zeer buitengewone partij!... waar-
tegen ik nu reeds bijna dertien jaren vruchteloos heb geworsteld
om aan mijn regt en onmisbaar eigendom te geraken !... zoodat
ik wel genoodzaakt ben verder de aandacht te moeten vestigen
I op de waarde van mijne volgende middelen van bewijs, als:
V°. op mijne productie, sub Lit. A N° 3/4, waarmede toch
met twee brieven van het gezantschap te Frankfort a./M. niet
alleen de uitvoering van het verzekerde jaargeld, maar bovendien
‘ bepaald het FEIT wordt gestaafd dat de GEZANT daartoe de
{ LAST VAN DEN MINISTER VAN JUSTITIE heeft ontvangen;
VI°. op eene missive van den ambtenaar van Finantien Roozebooin,
s ged. 29 April 1844, prod. sub. Lit. A N°. 5, strekkende in
{ antwoord op een brief van mij aan den Minister van Hall,
j ged. 27 April 1844, prod. sub. Lit. A, n. G, geschreven ter ç
ä zake de refcrendarïs van Justitie d’Engclbronner, zich buiten de l
j waarheid had begeven, ten opzigte van het werkelijk jaarlijks `
w te ontvangen bedrag; ­- althans uit het antwoord daarop ambts-
A halve gegeven, blijkt: dat op last van den Minister van Finantien
ll van Hall niet het feit van door hem, in eene andere kwali-
E teit, aan mij gedane verzekering, een jaargeld te zullen ontvangen
j noch het bedrag van dien is ontkend, maar kennis is gegeven:
. ,, ,, dat, tengevolge van diens overplaatsing, de zaak niet meer
l Mtot den kring zijner bemoeijingen behoorde en Zijne Exc.
,,,,mij daarmede heeft verwezen naar het Dept. van Justitie,,,,,
vvijders:
VII°. op de menigvuldige Brieven en Adressen daarna door
den Secretaris­Generaal van Justitie aan mij gerigt, prod. sub.
. Lit. A, NO. 7/32, waaruit toch bovendien bijkt:
jl a. ,, ,, dat dien, met alle betalingen van het Dept. van Justitie
Q ,,,, belasten Hoofd Ambtenaar, bepaald sedert het 2de kwartaal 1844
l ,, ,, tot en met Maart 1849, het verzekerde jaargeld heeft betaald
j ,, ,, tegen mijne quitantien; -­ 71. dikwerf BIJBETALINGEN heeft 'I
,,,, gedaan; -- c. weleens VOORSCHOTTEN heeft verstrekt en L
ik iz H geweigerd, en d. soms heeft herinnerd; DAT IK REEDS TOT {