HomeOpenbare denkbeelden omtrent de wettige waarde van mijne zaak en middelen ten opzigte mijner schuldvordering ten laste van het DPagina 16

JPEG (Deze pagina), 568.40 KB

TIFF (Deze pagina), 6.40 MB

PDF (Volledig document), 9.25 MB


l
I
1 LV
I l
r l
{ 16
1 I andere partij, zonder bedrog te plegen, zich niet mag onttrekken
I i gedekt door het hooge onbe_reikbaü‘e standpunt waarop zij zich
K ‘ bevindt.
[ Na deze korte uitzetting van feiten en grieven neemt
I adressant de vrijheid Uwe Majesteit eerbiedig te verzoeken dat
a het Uwe Majesteit behagen moge ·­­ ook op grond dat Uwe
l ‘ Majesteit bij het iinantiele de1· zaak daarbij als mede-erfgenaam
zijt betrokken - als regtvaardig en boven alle partijdiglieid
A verheven Koning, te gelasten: dat en den minister van Justitie
en de commissie tot de nalatenschap, -­ Uwer Majesteit onver-
holen en zonder terughouding rapporteren over des adressants
? bezwaren en alle inlichtingen geven die onder hun bereik zijn.
Uwe Majesteit zult dan ontwaren, dat adressant misleid en de
` dupe is geworden van een te groot vertrouwen in den Minister
van Justitie, van Hall, ten prejudiee van de eer en den roem van
( het lluis van Oranje, welke adressant ten allen tijde heeft gesteld
en gewaardeerd boven zijne grieven; - en het is niet twijfelachtig,
[ of de bekende en met eerbied en hoogmoed door ieder regt-
l geaard Nederlander geroemde regtvaardigheid en goede trouw
l van Uwe Majesteit, zal adressant herstellen in zijn regt en hem
E verder voor onheilen behoeden. Het is daarom dat hij eerbiedig
U verzoekt, dat het Uwe Majesteit moge behagen, het onderzoeleelezer
¤ . leeelere zaak zelven te leiden, en daarna laat te geven tot betaling
I van het jaargeld of teruggave der stukken, waarop men toch
anderzins geen regt heeft die te behouden.
E Hetwelk doende.
j Ro·r·x·enn,m, 21 Augustus 1861.
l (Get.) D. B. ADRIAN SR.
i
y
ri
{
l
l