HomeOpenbare denkbeelden omtrent de wettige waarde van mijne zaak en middelen ten opzigte mijner schuldvordering ten laste van het DPagina 15

JPEG (Deze pagina), 697.74 KB

TIFF (Deze pagina), 6.69 MB

PDF (Volledig document), 9.25 MB

l
i -
lo
te geraken, waar de stukken gebleven waren waarop des adres-
sants vordering berust. de Heer van Hall verklaarde echter ouder
eede dat hij in dezen niet in privé had gehandeld-teu te weigeren
om mededeeling te doen van hetgeen hij als Minister van Justitie
verrigt had. ­­- Ook die poging was dus mislukt.
Alle verdere door hem aangewende pogingen, zoowel bij de
opvolgende ministers van Justitie als bij de Hofeommissie bleef
l zonder vrucht, en op ingediende pctitieu bij de Tweede Kamer
` der Staten-Generaal om of inlichtingen van den Minister van Justitie
t of teruggave der bescheiden te erlangeu, werden afgewezen met
l verwijzing naar de regterlijke magt.
· llier is Sire, cu dit is niet te ontkennen, een ministerie
van Justitie dat zijne verpligtingen niet nakomt, omdat het
beweert slechts de trechter te zijn geweest van Z. M. Koning
Willem Il tegenover adressant, verklarende dat er geene stukken
voorhanden zijn om des adressants vordering te kunnen erkennen,
i doch hetwelk de handelingen niet ontkent die vroeger hebben
j plaats gehad; ­­- ginds eene commissie die evenmin in het bezit
[ is van bewijznn en die daarom niet kan geven wat ze overigens
i zeer goed bewust is dat den adressant toekomt; - hier de reg-
terlijke magt, die door misleiding en chieauense uitvlugten
Q overrompeld, geen voldoeud bewijs vindende, geene admissie
> tot gratis procederen kon verlecncu; - ginds weer de Staten-
; Generaal die naar de regterlijke magt verwijzen; -- en bij dat
j alles de Heer van Hall, zich versehuilende achter gepleegde
‘ daden als minister waarvan hij der regterlijkc magt geene reken-
_ schap wil geven, ­-­ zorgvuldig verzwijgeude waar de bescheiden
gebleven zijn nu ze nergens zijn tc vinden, waardoor het ver-
moeden rijst, dat Z. Ex. ze nog in zijn bezit heeft, om er later
des noodig oordeelende, een behendig wapen van te kunnen
· maken; waartoe bij zijne bekende stoutmoedigheid grond genoeg
, te veronderstellen overblijft. Maar uit dit alles volgt evenwel
N dat de commissie tot de nalatenschap van Z. M. Koning Willem
t H zoo niet regtens aansprakelijk, zedelijk verpligt is Uwe
Majesteit naar waarheid des adressants zaak bloot te leggen en
l te zorgen dat die niet verward gerake IDEE vele andere aan~
zoeken die slechts op gissingen of beloften konden steunen, doch
niet als de zijne op eene overeenkomst berusten, door twee partyeri
{ aangegaan, en waarvan de obligo door adressant vervuld zijnde de
l
I
~
s
li
i
4