HomeOpenbare denkbeelden omtrent de wettige waarde van mijne zaak en middelen ten opzigte mijner schuldvordering ten laste van het DPagina 11

JPEG (Deze pagina), 682.09 KB

TIFF (Deze pagina), 6.64 MB

PDF (Volledig document), 9.25 MB

'
J
‘ ll
jaar, heeft betaald, sedert het einde van anno 1Sd3, tot en met
het eerste kwartaal 1849;
g IIIO, dat hetzelve zich onrcgtmatig aan die verpligting heeft
V onttrokken sedert Maart 1849; ­­ eu,
IVO, dat den Staat der Nederlanden zal moeten worden ver-
, klaard als debiteur en veroordeeld tot betaling van de verschenen
en onbetaald gelaten termijnen van het jaargeld door het Dep-
j van Justitie aan mij verzekerd.
1 De leeuw heeft zijne klaauwen en tanden, de oliphant zijn
l snuit en alles verpletterende mokers, de arme, kleine Sepia der
Zee heeft hare water verdikkende inkt, om zich te beschermen
en te verdedigen .... 1/c waaraan Oranje en Vaderland veel zijn
t verpligt .... lk heb slechts de kracht vóór mij van de aange-
: voerde en bewezene daadzaken, waarvoor zelfs bij de kanibalen
i alle nevelen zouden_1noeten verdwijnen, het gezond verstand zijne
j regten zou moeten hernemcn en het rijk der mensehelijke over-
j magt in geweld opgebouwd schijnbaar waggelend ineen moest
F zinken... nogthans op den vadcrlandsehen bodem reden geeft te
M moeten veronderstellen illusion te hebben geschept en niet met
gerustheid het billijke saisoen van voldoening te kunnen afwachten
op de gronden die ik daartoe heb aangewezen ....
Ach! wat al stormen en orkanen... wat al middelen van mag-
ä tige, zedeloos levende, sluwe en speeulcrende menschen heb ik
reeds gedurende bijna dertien bange jaren doorstaan op mijne
onherstelbaar geslagen puinhopen, omdat ik niet mede heb willen
" buigen tot ontrouw aan de waarachtige, o, zoo zeer verwaar-
§ loosde en gegaspilleerde belangens van het duurzaam bestaan van
Vaderland en Oranje ....
Il est nn temps, zegt men bovendien, ou la tête grise n’inspire
l plus de respect Ei Cause de son grand age... maar, hoezeer ik
daarop eenige belangrijke uitzonderingen in mijne zaak ZOI1 kunnen
aanwijzen, zal ik mij toch veroorloven van mijn tegenwoordig
‘l gering en scliandelijk door sommige I`flZ)«g`.lilgCl)llg`fV€1`Z2llïGl`S onder-
mijnd standpunt, deze mijne voorloopige memorie aan de rede-
lijke kritiek gewijd, aan de onbevoordeelde wetenschap, aan het
j bestaande regt in Nederland, besluiten met mijn ernstig beklag:
l ,,,,dat het Dept. van Algemeeen Bestuur, bij uitnemendheid ge-
11 Mvestigd tot handhaving der wet, het regt en de geregtigheid
,,,,mij altijd, en nu nog, heeft geprovoceerd met haar te moeten
{1
i
V
`