HomeBedrijfsorganisatie en medezeggenschapPagina 49

JPEG (Deze pagina), 815.04 KB

TIFF (Deze pagina), 5.73 MB

PDF (Volledig document), 45.33 MB

j 47
· ?
i drijfsleven. Het staatkundige en het economische zijn _
twee gebieden, al zijn er veel bruggen van het eene
naar het andere gebied. En nu kan ik begrijpen,
dat een socialist voor die onderscheiding niet voelt, ­
, omdat voor hem de hoogste staatkunde juist is de
verwezenlijking van zijn economisch stelsel. Daar
· gaat zijn heele politiek in op. Maar bij de andere
‘ partijen, het communisme daargelaten, is er wel
degelijk reden om tusschen het staatkundig leven van
, een volk en de volkshuishouding een grenslijn te
trekken. Wat op het eene gebied opgaat en misschien
3 goede vruchten te zien geeft, is daarom nog maar
· niet geschikt ook voor het andere gebied. Ik kan
i dit niet beter verduidelijken dan door het Rapport ‘
­ y zelf, nu voor het laatst, het woord te geven. Op
_ blz. S staat o.a. het volgende: ,,De arbeiders in de
‘ moderne staat hebben na jarenlange strijd hun poli-
_ tieke vrijheid weten te verwerven en alle staatkundige
, rechten veroverd. Als staatsburgers dragen zij mede ‘
, de verantwoordelijkheid voor de gang van zaken in
den lande. De gemeente en provinciale aangelegen-
_ heden zijn hun niet vreemd.
i ,,Velen hunner spelen een belangrijke rol in ge- -
meenteraden en andere bestuurscolleges. Op staat-
kundig terrein is hun achterstelling ten einde. Maar
, zoodra dezelfde arbeiders de fabriek betreden, zoo-
dra zij niet langer staatsburger, maar bedrijfsgenoot
r zijn, is het met hun invloed op de gang van zaken
i_ gedaan, zijn zij machteloos, als weleer." En nu volgt
. iets, dat moet inslaan: ,,Dezelfde arbeider, die als
` gemeenteraadslid er toe heeft meegewerkt een plaat-
A selijke industrie van de ondergang te redden. is als
, arbeider in die onderneming van iedere invloed op
de gang van zaken verstoken. Deze toestand is alleen
E reeds om psychologische redenen onhoudbaar? Alle
g respect voor den vorm, waarin de stellers hun ge-
` dachten hebben weten te gieten! Maar ik voel niets
l voor die gedachten zelf. De arbeider, die als raadslid
‘ een plaatselijke industrie helpt redden, moest toch
, wel wat heel duidelijk dienen tot onderstreping van
l
a