HomeBedrijfsorganisatie en medezeggenschapPagina 47

JPEG (Deze pagina), 819.19 KB

TIFF (Deze pagina), 5.59 MB

PDF (Volledig document), 45.33 MB

45
' . , zaak en op zgn zaak te hebben dan al die buiten-
, staanders bij elkaar, dan volgt dus ontslag, maar,
_ zegt art. 45: ,,het ontslag wordt geacht niet gerecht-
‘ F vaardigd te zijn". En nu worden de artikelen toe-
1 gepast, die oorspronkelijk geschreven zijn voor de
rechtspositie, dus het individueele ontslag. Er komt
§ dan een proces voor het scheidsgerecht, dat natuur-
lijk niet meer te beslissen heeft over de al- of niet
ä gerechtvaardigheid, want dit punt is al beslist door
, de wet zelve. Er blijft niets anders over dan de be-
3 slissing, dat de werkgever verplicht is de ontslagenen .
. weer aan te nemen of een schadevergoeding te
geven - wij zijn in een tijd van slapte, aldus is de
? onderstelling! - van ten minste twee maanden loon
2 en nooit meer dan zooveel maanden als de werk-
` nemer jaren in dienst der onderneming is geweest.
Uit zulk een bepaling bepaling blijkt, dat het toch
j minder te doen is om medezeggenschap in de onder-
neming, dan wel tegen de onderneming. Men laat
in naam den werkgever vrij, het is ,,maar" een
c § beveling. Wanneer de ondernemer zich daaraan houdt,
Q en het loopt mis, dan kan de Centrale Raad achteraf
i zijn handen in onschuld wasschen en zeggen, dat
_ ‘ zijn advies toch geen bevel was. Wanneer de onder-
, nemer er zich niet aan houdt, dan staat hij voor al
Q die schadevergoedingen,'die de rentabiliteit der zaak
r kunnen doen opgaan in rook. Formeel is de onder-
2 nemer vrij, maar materieel is zijn beslissing gelegd
. * onder een financieelen drang, die strijdig is met zijn
verantwoordelijkheid, en die uitgaat van een college,
; dat in hoogheid zetelt en van de gevolgen zelf niets
ä aan den lijve zal gevoelen. Wil men, al is het maar
voorloopig, de particuliere onderneming handhaven,
` omdat men inziet, haar nog niet te kunnen missen,
dan moet men toch niet nu maar vast mijnen gaan
L leggen, die pas mogen dienst doen als de periode
‘ van afbraak is aangebroken. Staat niet in art. 29
van het wetsontwerp, dat de ondernemingsraad den
werkgever bijstaat in het bevorderen van den BLOEI
van de onderneming? Meent men het daarmede eerlijk,