HomeBedrijfsorganisatie en medezeggenschapPagina 31

JPEG (Deze pagina), 785.41 KB

TIFF (Deze pagina), 5.56 MB

PDF (Volledig document), 45.33 MB

29
ciatie de behoefte­voorziening ,,behoorlijk" is? Vat
, is behoorlijk? Hier onthoudt het Rapport datgene,
waarop het aankomt: een behoorlijken maatstaf.
Waarschijnlijk, omdat die maatstaf niet is te vinden;
Van meer belang is intusschen voor ons onder-
~ werp hetgeen in het Rapport wordt voorgesteld in
zake de ondernemingsraden, nader uitgewerkt in
,5 het als Bijlage Ill opgenomen wetsontwerp. En nu
‘ is het wel zeer tot schade voor een zakelijke be-
oordeeling, dat die ondernemingsraden, waarvan de
wet de oprichting zal bevelen voor alle ondernemingen
met een minste 20 stemgerechtigde werknemers,
bedoeld. zijn als gangmakers voor de socialisatie.
Ook hier stuit ik op een groote tegenstrijdigheid,
die voor de verwezenlijking in de praktijk fataal zal i
worden, in zoover van de ondernemers medewerking
; wordt geëischt aan een medezeggenschap, die het ` H
; op den ondergang der particuliere onderneming
heeft voorzien.
De gedachte van medezeggenschap in de onder-
” neming, wanneer wij haar loswikkelen uit het weefsel
·_; van politieke aspiraties, dat haar omgeeft, is tot
. zekere hoogte aannemelijk. Intusschen hangt alles
- af van de vraag, wat men onder medezeggenschap i
in de particuliere onderneming moet verstaan. Men
kan zich daarbij van alles denken, en de bevoegd-
j heden, welke medezeggenschap zoo al zal verleenen,
vormen een heele staalkaart, wanneer men de extre-
misten hun wenschen hoort formuleeren, doch zij "
schrompelen in, wanneer bezadigdhéid, laat staan
` wanneer z.g. reactie of conservatisme aan het woord is.
.1 De arbeider voelt zich onmisbaar. Dat gevoel is
gezond en mag niet worden tegengegaan. Hij is
meer dan een rad van een machine. En het is helaas ,
niet te ontkennen, dat vooral in den eersten groei-
t tijd der machinale nijverheid, laat ik zeggen tot
omstreeks 1870, te weinig de mensch in den arbeider
is geëerbiedigd. Maar het is toch niet die onmis-
baarheid van den arbeider, die zijn arbeidsvermogen
inlascht in het productieproces, welke voldoenden