HomeBedrijfsorganisatie en medezeggenschapPagina 17

JPEG (Deze pagina), 786.80 KB

TIFF (Deze pagina), 5.52 MB

PDF (Volledig document), 45.33 MB

L
i
1 .
à 15
T behouden. Men loopt gevaar, die beteekenis te
i onderschatten. Daarom zal ik hier enkele cijfers
` geven, die op Duitschland betrekking hebben, waar
f de naamlooze vennootschap zeker geen kleiner rol
speelt dan bij ons. Volgens de beroepstelling van
1907 waren er in Duitschland 1.674.132 eenmans-
ondernemingen met gehuurde arbeidskrachten en
1.451.701 zonder, in totaal 3.125.833 eenmanszaken
of wel 95*/3 °/O van alle ondernemingen en 92 °/O ‘)
van alle ondernemingen met arbeiders in loondienst.
; Dit geldt voor een land, dat aan de spits van de
i, industrieele ontwikkeling staat. Maar dit geeft dan
1 ook wel eenig idee, welk een verandering zou worden
‘ ; teweeggebracht, wanneer een nieuw productiestelsel
1 principieel den band tusschen het bezit der productie-
middelen en de leiding over de heele lijn doorsneed.
lj Daartegenover stonden 10172 naamlooze vennoot-
it schappen en commanditaire op aandeelen en 11001
l Gesellschaiten mit beschrankter Haftung. Terwijl in
; de eenmanszaken ruim 7*/2 millioen menschen werk
, vonden, was het aantal in de naamlooze vennoot-
. schappen en de G. m. b. H. werkzamepersonen iets meer
u · dan 2.340.000, dus nog niet 1/3 van de werkersin de een-
j manszaak.Al is het waar, dat vooral in en na den oorlogs-
t tijd de naamlooze vennootschap sterk is toegenomen,
zoo is het toch zeer de vraag, of dit ten koste van
de eenmanszaak is gegaan, welke, met name in den
landbouw en in den middenstand vrijwel de alleen-
heerschappij voert. Onnoodig ook te zeggen, dat
ïê lang niet alle naamlooze vennootschappen in dezen
j over éen kam zijn te scheren, en dat bij de dus-
J genaamde ïamilienaamlooze vennootschap en bij de
N. V. die alleen wordt aangegaan om het kapitaal-
risico en de aansprakelijkheid te limiteeren, in den
regel bezit en leiding wel in een hand vereenigd
Q blijven. Interessant zijn voor ons land de voorloopige
uitkomsten der beroepsstelling 1920, welke het Cen-
l) Vgl, R. Liefmann, Die Unternehmungsibrxnen, 1923, blz.23.