HomeHoe moet men zijn geld beleggen en wat daarmede in verband staatPagina 34

JPEG (Deze pagina), 648.31 KB

TIFF (Deze pagina), 5.56 MB

PDF (Volledig document), 46.54 MB

33
en Art. 47. Wanneer de geldnemer eene prolongatie i
ie of beleening niet wenscht te verlengen, moet hij daar-
in van op den vervaldag, en zoo deze geen beursdag is,
in op den laatstvoorgaanden beursdag, vóór halt drie ure
gt des namiddags aan den geldgever kennis geven. Bij
p gebreke daarvan wordt de prolongatiepost geacht voor
zr één maand, de beleeningpost vóor drie maanden te
1- zijn verlengd tot den rentekóers van den vervaldag.
2- X/anneer de vervaldag eener prolg. of beleening niet j
n valt op een beursdag is de rentekoers van den laatsten
beursdag vóór dien dag geldig.
Art. 48. Wanneer de geldgever eene prolg. ot be-
e- leening niet wenscht te continueeren, moet hij den
e geldnemer op den laatsten dag vóór den vervaldag en,
iq zóó deze geen beursdag is, een dag te voren vóór half
e drie ure des namiddags daarvan kennis geven.
;­ Bij gebrek van deze kennisgeving wordt de post
·­ van den kant des geldgevers geacht te zijn gecontinu- a
g eerd voor eene maand resp. drie maanden tixe. j
Art. 49. Beleeningen en prolg. op den 31sten der 2
maand gesloten, worden in maanden, die minder dan 1
ty 31 dagen hebben gerekend te vervallen op den laat- 4
sten dag der maand. t
Art. 50. De rente wordt berekend over maanden van A
dertig dagen. Posten op den 31sten gesloten, worden ,'
- ten dezen aanzien gelijkgesteld met posten van den
- lsten. De rente is verschuldigd tot den vervaldag, of
gj bij opvraging voor beleeningspósten tot het einde der
1 ingetreden beleeningsmaand, en voor prolongatieposten
g tot den dag van opvraging; bij gecontinueerde pro-
longatieposten behoeft, in geval van opvraging tusschen- x
3
A