HomeHet A, B, C der fotogrammetrie voor kadastreering van horizontaal terreinPagina 7

JPEG (Deze pagina), 885.54 KB

TIFF (Deze pagina), 6.71 MB

PDF (Volledig document), 15.96 MB

`
een horizontale lijn, waarop de lijn der grootste helling van de
plaat loodrecht staat. Het komt er nu op aan de foto in het
apparaat zoo te stellen dat die horizontale lijn weer horizontaal
staat en de optische as van het apparaat snijdt. Immers de foto
wordt dan zoodanig op het scherm geprojecteerd dat de projectie
dier horizontale lijn samenvalt met de draaias van het scherm en
men dit nog slechts om het bedrag van den hellingshoek der plaat
tijdens de belichting behoeft te draaien om de projectie te verkrijgen.
Aangezien die horizontale lijn en die hoek niet bekend zijn
kan men die zoeken langs empirischen weg door de foto te draaien
, in haar eigen vlak en het scherm om zijn horizontale as en (voor
de schaal) tevens te bewegen in de richting der optische as, tot-
- dat de beelden der vaste punten en de op het scherm (of op een
daar op verschuifbaar papier) op schaal gekaarteerde punten
samenvallen. Om spoedig tot een volledige overeenstemming te
komen, moet men de volgende regelen van perspectief goed in
het oog houden.
‘ Rechte lijnen op het terrein zijn rechte lijnen in de perspec-
l tivische foto. »
f Perspectieven van lijnen, evenwijdig aan de horizontale lijn in
i‘ _ de foto, zijn evenwijdig.
l De perspectieven van alle andere evenwijdige lijnen snijden
elkaar in de doorsnede van het vlak der foto met het terrein.
r De perspectieven van lijnen zijn verkort, te sterker naarmate
zij meer gelegen zijn in de richting der grootste helling.
De hoeken verschijnen in perspectief vergroot, als hare openingen
A gericht zijn naar de grootste helling, en verkleind, als die ope­_
ningen liggen in de richting der horizontale lijn.
; Tot nog toe konden wij gewagen van figuren en zelfs van
., beelden met mathematische nauwkeurigheid, aannemende, dat het
terrein volkomen horizontaal is, de middelbare fouten der daarop
_ bepaalde vaste punten zoo gering, dat zij geen invloed hebben
_ op de nauwkeurigheid der projectie en hun aantal zoo groot of
` hunne ligging zoo gunstig dat, als de lichtbeelden dier punten
nauwkeurig samenvallen met de gekaarteerde punten op het scherm, .
V de lichtbeelden van alle andere terreinpunten op het scherm
i horizontale projecties voorstellen op het scherm.
i Met de invoering van het projectie­apparaat hebben we echter
rekening te houden met onvermijdelijke kleine fouten.
4