HomeHet A, B, C der fotogrammetrie voor kadastreering van horizontaal terreinPagina 6

JPEG (Deze pagina), 912.83 KB

TIFF (Deze pagina), 6.71 MB

PDF (Volledig document), 15.96 MB

Alzoo: een beeld verkregen van een negatief op een vlak lood-
recht op de optische as van het objectief, is een positief en tevens
j een perspectivisch beeld van het terrein. Een beeld verkregen
l op een vlak dat ten opzichte van de optische as denzelfden stand
l inneemt als het terrein op het oogenblik der belichting, is eene
‘ horizontale projectie van het terrein. Het verschil tusschen die
l twee beelden wordt in het Duitsch «Verzeichnung» genoemd en
l de optische vervorming, om van het perspectivisch beeld eene
l projectie te verkrijgen: <<Entzerrung>>. Deze uitdrukkingen zijn
ontleend aan de misvormingen, die bij aanwending eener enkel-
j voudige lens niet te vermijden zijn. Toegepast op het verschil _
l tusschen perspectief en projectie geven zij aanleiding tot misver-
stand. De perspectief is, niet minder dan de projectie, een mathe­ .
r matisch juist figuur, dat evenmin «verzeichnet» als «verzerrt» is.
Men zou de camera als projectie­inrichting kunnen gebruiken.
l Het is practischer daartoe een afzonderlijk apparaat in te richten,
H dat in beginsel hetzelfde is als de tooverlantaarn of de projectie-
j inrichting in de bioscoop. Het bestaat inhoofdzaak uit drie deelen: ‘
de fotohouder, het objectief en het scherm. Het objectief neemt l
men) het best zoo na mogelijk gelijk aan dat der camera. In het ‘
vervaardigen van onderling gelijke objectieven heeft men het ver t‘
gebracht; het Reichs­Marine Amt te Berlijn stelt foto­theodolieten i i
ter beschikking met brandpunts­afstanden die tot op 1/100 millimeter
identisch zijn. ,
j Men zou aan de as van het apparaat (de optische as van het _ ,
H objectief) een nagenoeg verticalen stand kunnen geven en zoo
den stand van de camera tijdens de belichting kunnen nabootsen. ,
Dit zou het voordeel hebben dat men het scherm als werktafel
zou kunnen gebruiken. Wegens practische eischen van uitvoering _ J
j stelt men die as meestal horizontaal en evenwijdig aan rails, _
waarlangs minstens twee der drie samenstellende deelen ­­­ foto,
objectief en scherm ­­ in de richting der as bewogen kunnen
worden. l
Om aan het scherm een stand te geven ten opzichte der optische `
as, als het terrein had tijdens de belichting, ten opzichte der
camera­as, maakt men het draaibaar om eene horizontale as, welke _
de optische as snijdt. W
Denkt men zich een horizontaal vlak door het hoofdpunt der H
plaat op het oogenblik der belichting, dan snijdt dit de plaat in
ä
1