HomeHet A, B, C der fotogrammetrie voor kadastreering van horizontaal terreinPagina 5

JPEG (Deze pagina), 864.02 KB

TIFF (Deze pagina), 6.70 MB

PDF (Volledig document), 15.96 MB

i 3 ‘
Om dat doel te bereiken moeten bekend zijn het bedrag en
de richting der helling van de plaat op het oogenblik der be-
lichting. Zij worden afgeleid, voor elke foto afzonderlijk, uit
minstens 3 gunstig gelegen punten op het terrein, die mede ge-
fotografeerd worden en waarvan de ligging nauwkeurig bekend
moet zijn, bijv. door driehoeks- en veelhoeksmeting in verband
met de Rijks­driehoeksmeting.
· Die punten zijn, in groot aantal, ook noodig en onmisbaar voor
eene doeltreffende en duurzame bijhouding van een bewijskrachtig
eigendomskadaster. Zijn zij reeds bepaald vóór de fotogram­
metrische vernieuwing van het kadaster, dan kunnen zij daarbij
dienen voor het tweeledig doel:
g 10. elke foto om te vormen tot eene horizontale projectie op
l de aangenomen schaal;
A 20. elke projectie te oriënteeren ten opzichte van den meri-
diaan en den perpendiculair daarop over Amersfoort, waardoor
‘ die projectie tevens georiënteerd is aan ­ en aansluit bij ­­ de
op gelijke wijze georiënteerde projecties van de foto’s rondom.
Wordeii op elke foto meerdere van die punten tegelijk met
het terrein in beeld gebracht op een glazen plaat, wordt deze
2 plaat na de ontwikkeling der foto weer op dezelfde plaats ge-
{ legd in de camera, die zij innam tijdens de belichting, dan zal
het doorvallend licht eener lichtbron (condensor) achter de plaat
nauwkeurig den tegengestelden weg volgen van dien bij de be-
lichting, de fouten van het objectief worden geëlimineerd. Denkt
men zich daarbij de camera weer geplaatst in denzelfden stand
als bij de belichting, dan zullen de teruggaande lichtstralen van
elk punt der foto elkaar snijden (een beeld vormen) op het over-
eenkomstig terreinpunt. Vergroot men den afstand tusschen
z objectief en plaat, dan komt het beeld nader en wordt kleiner.
‘ Vangt men het op door een scherm evenwijdig aan het terrein,
dan is het beeld gelijkvormig aan het terrein, dus een horizon-
tale projectie. Bij elke andere stand van het scherm is het beeld
à een perspectief.
Brengt men nu op het scherm de bovenbedoelde driehoeks-
en veelhoekspunten naar de aangenomen schaal, en geeft men aan
het scherm een zoodanigen stand dat die punten samenvallen met
hunne lichtbeelden, dan heeft men de gezochte horizontale projectie
der foto die men weer door fotografie kan vastleggen.