HomeMemorie van den capitain ter zee Ver-huellPagina 20

JPEG (Deze pagina), 785.18 KB

TIFF (Deze pagina), 6.76 MB

PDF (Volledig document), 38.84 MB

l
5
pi 18 Jilemoïie mw; dan Orqiiáaiu iw zee V0r­Hz¢eZZ.
j regentsplaatsen lucrative posten moeten blüven van 20,000
Rd. en meer ’s jaars, is daar altansgeen verbeetering van '
te hoopen; maar zeedert eenige jaaren heeft men op de
‘. reede een hospitaalschip gehouden, dat van groot nut is,
i te meer de zieken aldaar eontiuueeren hun maandgeld te
l genieten, dat geen plaats aan de wal heeft; van ’t volk A
dat aldaar komt te leggen sterft ongelijk minder; ook zün
I zjj aanstonds bü de hand om uitgemonsterd te kunnen
E worden, als er een schip vertrekt, terwül ik onderregt
ben dat 1nen in de landhospitaalen, vooral buyten de N
j stad, altoos een groot getal gezonden aanhoud, om des te
i meer te profiteeren van ’tkostgeld. Wierden se dan door _
j J de Regenten nog maar wel onderhouden, maar neen, die
l arme schepsels zgn dan dikwils in de harde noodzaaklijk­ _
heid, willen ze genoeg eeten, om in Batavia langs de
in deuren te gaan bedelen; hier uyt spruyt dan dat nadeel jj
ook nog voort, dat, wanneer de matroosen sommige der .
j ingezeetenen tot medelijden verwekt hebben en wat bg jj
" elkanderen heeft gckreegen, in plaats van daar spijs voor
, te koopen, het in sterke drank besteed, zig dron-ke drinkt,
dikwils op strand blijft leggen, weeder op nieuw instort
j en met zijn leeven de slegte zorg, die men voor hem ge-
l noemen heeft, betaald. Ik logeerde juyst op de weg die
i na het buyten­hospitaal strekte; dat maakte dat ik ver-
· seheyde maale getuygen van ’t zoo eeven bggebragte ge-
weest ben. Het komt zeekerlijk alleronbegrijplijkst voor,
j wanneer men met veel deftigheid, op een toon en met
/' weezenstrekken vol van meedelijden, hoort klaagen, zelfs
Qi door lieden van de directie en die het opperbestier heb-
' ben, over de groote sterfte, die er dagelijks onder de mat-
troosen en soldaten is, over den ongelukkigentoestand
waarin men daardoor telkens gebragt word, van geen volk A
te hebben, nog om de vaart voort te zetten, nog om de
stad te bezetten en de andere bezittingen bij te kunnen
staan; -wanneer men dit aan de eene kant beschoud, en
O
i`