HomeMemorie van den capitain ter zee Ver-huellPagina 18

JPEG (Deze pagina), 776.05 KB

TIFF (Deze pagina), 6.76 MB

PDF (Volledig document), 38.84 MB

. I
­ ‘
­ 1
I
I
I I
I 16 Memorie van cleoz Oapiáaiu zfer zee Ver-Huell. I
2 ‘ I
I daar van tot grooter bewijs strekken als dit, dat den tee­·
genwoordigen Gouverneur Generaal I) zig laat bedienen I -
I aan tafel door een oflioier, die onder den naam van hof- I
meester passeert; het kan gewis voor den regtsehaapen I
I officier niet dan allergevoeligst weezen, een van zijn con- _ l
fraters in hun uniform agter de tafel met een bord onder IA
I den arm te moeten zien staan; ook moet den vreemdeling, I
I dit ziende, zig al wonderlijke idées formeeren. Hoe kan I
men groote, verheevene daaden verwagten van een corps, I
op deeze voet ingerigt; geen fortuyn word er onder ge- I
I maakt, als kruypende; den fatzoenlijken man en ofüeier van I
I I ambitie, wiens ziel niet gewoon is aan slaafagtige onderdaa­ I
I nigheid, zijn lot is binnen wünig t§d van miserie en dispe­ I
I ratie te sterven: een aantal voorbeelden strekken daar ten
I bewijzen van. Dit alles kan, herhaal iik, niet veranderd
I worden als door een geheele omwenteling van. den milli-
taire stand. Ook moet den officier beeter betaald worden.
Ik heb van de ongelukkige soldaten met voordagt niets
· gezegt, om dat UHEd.Gest. wel zal kunnen nagaan, als I
het met de officieren zoo is, hoe het dan met den ge- 1
meene moet gesteld weezen. Ik heb geduurende mun ver- ï
blijf op Batavia de differente wagten doorgewandelt, maar I
ik betuyg, nooyt zonder de grootste aandoening: _het I
' hart sluyt toe op het gezigt van de verzwakte en dikwils I
. stervende soldaten, dewül ’t zoo lang uithouden als
maar immers mogelijk is, uit vrees voor de hospitaalen, I
te meer als men dan in aanmerking neemt hoe nodig die I
menschen in dit gewest zijn: hun lot is aller beklaaglijks en
ongelukkig; van hunne randzoenen, hoe zeer er genoeg van
de Comp. verstrekt word, komt nauwelijks de helft aan haar
toe; is mijn dikwils verzeekert, er zün meer anderen die I I
daar een middel van bestaan uit vinden en zig tragten te I
verrijken met hetgeen die arme schepsels wettig toekoome.
·
l) Mr. Will. Arn. Alting. I
I
I
I
I
l ­
I