HomeNederlands zeemagt in verband met zijne overzeesche bezittingenPagina 9

JPEG (Deze pagina), 698.98 KB

TIFF (Deze pagina), 6.76 MB

PDF (Volledig document), 50.25 MB

i 7 A
2
S stoomvermogen moeten bovendien maoliinisten en
stokers geplaatst worden; de eersten toegerust met
voldoende kennis van stoommachines. Al die per-
sonen, in rang boven het scheepsvolk, moeten dus
· ` speciale bekwaamheden tot het volbrengen van hunne
dienst bezitten, waaruit reeds van zelf volgt, dat
j daartoe een vast personeel in O. I. moet opgeleid
l en aangehouden worden.
K Dat personeel zal dan toch wel met eenige rang-
j schikking dienen georganiseerd te worden, en bil-
h ä lijkerwijze zal men hun de titulatuur moeten toe-
[ kennen van Offlcieren en onder-Ofüeieren bij de
Koloniale Marine; want als men gewoon is den
j gezagvoerder van een koopvaardijschip Kapitein
§ te noemen en zijne stuurlieden als zijne Ofücieren
aan te duiden, dan zal men het personeel, ge-
steld over de equipaadje van een vaartuig, be-
E hoorende tot den Staat, en daarenboven gewapend
’ met geschut en handwapenen, om daarmede tegen
i de vijanden van het Indische bestuur te ageren,
j diezelfde titulatuur niet mogen onthouden, waar-
. _L mede men de rangen aan boord van een oorlogschip
i onderscheidt. Immers het charter en de wapening
j van het vaartuig_, voor de Indische Marine bestemd,
j moet, gelijk beweerd wordt, de capaciteit bezitten
l om in oorlogstijd tot Z. M. kapers gebruikt te
kunnen worden, en dam vooral moeten (volgen-s het
l vredestractaat van April 1856, door het volkenregt
; gewettigd), die kaperschepen aangevoerd worden
door oflicicreirin staats­ of gouverneineiits-dienst,
«