HomeNederlands zeemagt in verband met zijne overzeesche bezittingenPagina 65

JPEG (Deze pagina), 679.15 KB

TIFF (Deze pagina), 6.68 MB

PDF (Volledig document), 50.25 MB

G3
lot toestaan. 'Wanneei· wij nu uit eigen beweging onze
mt havens voor het verkeer open stellen, zullen wij
de de goedkeuring van andere Staten verwerven en
“· l het behoud van onze koloniën bevorderen.
J"' « Ook zullen daarmede de koloniën zelve in wel-
I· · vaart toenemen, en de kolonist te meer vader-
zh landschgezind, dat is: aan het moederland gehecht,
n- ·. blijven; dewijl hij dan geene redenen kan hebben,
zh immer met onverschilligheid te zien, ja mogelijk
el te wenschen, dat de koloniën, zijn nieuw vader-
et j land, tot het gebied van eene andere mogendheid
ld i komen te behooren, van welker bestuur hij zich
lu " meer geluk of voordeeel in zijn bestaan voorspiegelt.
St A Wij kunnen deze denkbeelden niet genoeg aan-
ar bevelen aan die handelaren, welke zich nog voor-
H' stellen, dat de toegang tot al die uitgestrekte
’P ; landen, op weinige havens na, voor alle volken
*11 i zoude moeten gesloten blijven, en dat in die ha- i
in vens nog alles zou moeten aangewend worden,
l` ‘ _ om de mededinging van vreemden af te weren.
0 Laat hen toch bedenken, dat zulk een stelsel, met
ie veel grooter inagt te land en ter zee, dan wij kun-
·> nen uitrusten, volstrekt onhoudbaar zoude zijn; en
6 dat, zoo het uitvoerbaar was, den bloei van de t
d · koloniën en onzen eigen handel daaraan zouden j
l" · worden opgeofferd. VVij hebben niet de minste
l` · vrees, dat de milde beginselen, welke door de
8 i regering worden toegepast, voor onze welvaart geene
ä 4 ruime vruchten zullen opleveren, en wij des te
*2 meer voordeelen van de koloniën genieten kunnen, j
K