HomeNederlands zeemagt in verband met zijne overzeesche bezittingenPagina 62

JPEG (Deze pagina), 767.87 KB

TIFF (Deze pagina), 6.71 MB

PDF (Volledig document), 50.25 MB

lf J
i
i Q Q I
2 . ou _ . L
l nog verder van het eiland Java verwijderd; doch ­
ware dit niet het geval met Vosmaembaai, dan
zou deze alle veroischten tot het aanleggen van eene
` Refugehaven bezitten, en mogelijk ook in eenige j
opzigten de rivier G'0e1zi¢zy­Tc·ZZ0. De baai van Bima,
pit ‘ op de noordkust van het eiland Szmzöawa, bevat
J eene loealiteit geschikt tot eene Refuge­haven. De
i J Oost­Indische Compagnie had in der tijd eene for- ä
" teres aan de westzijde van die baai. Of er nog
5 iets van die forteres aanwezig is, weten wij niet ;
doch zeker is het, dat die sterkte reeds ten tijde van
3 de Oost­Indische Compagnie in verval was geraakt,
mogelijk wel, omdat de baai van Bima zoo ver afgele­ l
l ij gen was van de hoofdstations op Java. Op het eiland j
u J il , Boem hebben wij Kagielabaai , op Amöozbza de groote i
{ ,i baai, op Sczgmroea de baai van Ponte Hario, en in i
L ’ de Banda­zee de reede tusschen de Banda­eilanden ,
‘ (Groot Banda en Banda­neira) welke welligt looali­
; l teiten aanbieden om daarvan Refuge­havens te maken; g
= i maar zulks kan niet geschieden ,_ dan door het beschik-
, baar stellen van ontzagehelij ke sommen gelds , waarbij
f _ men dan nog de zekerheid moet hebben, de sterkten
i of fortiücatiën van die Refuge­havens altijd genoeg-
zaam bezet te kunnen houden met militaire magt.
il YVanneer men dit alles dus in aanmerking neemt, dan
valt het niet te betwijfelen, dat het aanleggen van
veilige Refuge­havens eene zaak is, waartoe men niet
E ligtvaardig kan overgaan.
.,§l En als wij nu al die bezwaren in aanmerking ne-
l l men, van welke sommige ons toesohijnen, niet dan
j? fl I ‘ ça
E P?
­ 2 5
pjl l