HomeNederlands zeemagt in verband met zijne overzeesche bezittingenPagina 61

JPEG (Deze pagina), 678.31 KB

TIFF (Deze pagina), 6.63 MB

PDF (Volledig document), 50.25 MB

t 59 ·
golfslag; zoodat, wildc men ook de noordelijke
Y baaijen tot Refuge­ha.vens aanleggen, die immer verre
verwijderd van de hoofdplaats op Java zouden zijn
en verbazende sommen gelds zouden vereischen,
alvorens zij naar behooren tot stand kwamen. Langs
de oostkust van Sumatra vinden wij geene locali­
teit, die eene geschikte gelegenheid tot het voor­
j schreven doel oplevert. De rivier van Poloaizömzg
‘ bevat aan hare monding eene baar, (bank), waar-
over diepgaande schepen niet altijd passeren kun-
nen. Evenzoo is het met de D/(L7/ZátC­1‘lVl€Y gesteld.
Dc reede van dLz2zz‘o,% ligt geheel open en kan geene
· fortiticatiën bevatten om die voor een’ vijandelijken
aanval te vrij waren. Rio, op het eiland Bozzicwgy,
nl Q zou voorzeker tot het daarstellen van eene Refuge­
ï haven in aanmerking kunnen komen; doch deze
zou insgelijks veraf gelegen zijn van de hoofdplaats.
Langs de kusten van Borneo is het niet beter ge-
` steld om geschikte localiteit te vinden. De mon­
j dingen der rivieren bevatten alle baren (banken),
welke door groote schepen niet gepasseerd kunnen
j worden, en de kusten zijn over het geheel dermate
j vlak, dat diepgaande schepen die slechts op eenen
i afstand naderen kunnen. De west- en zuidkust van
j Cèloöes bieden evemnin localiteiten aan tot het aan-
leggen van Refugehavens, tenzij welligt de baai van
Polos; doch aldaar bestaat tot heden nog geen
post of station van gouvernementswege. Ook ligt
die baai verre van de hoofdplaats verwijderd. De
oostkust van Cëleöos en de Molztkscáe eilanden zijn i
I l` j ,