HomeNederlands zeemagt in verband met zijne overzeesche bezittingenPagina 57

JPEG (Deze pagina), 704.35 KB

TIFF (Deze pagina), 6.69 MB

PDF (Volledig document), 50.25 MB

l
I
‘ . .
j J)ï)
li
vier van Soloo, in de nabijheid van het eiland .Zl[2- I
l mzric. `Waarom er toen geen werk gemaakt is, om
j Soumöagfa ook van den zuidkant te versterken, is ons
j niet bekend; mogelijk dat men van daar het nade-
_ ren van eene vijandelijke vloot minder waarschijn-
j lijk achtte, of daartegen opgezien heeft wegens het
‘ ongunstig terrein aan den kant van den Javaschen
wal, als bestaande meerendeels uit weeken en mod-
dergrond. De Luitenant der Genie, L. LERIAUX, had
j reeds in het jaar 1804 eene zeer volledige opname
ä i van de zeeëngte tusschen Java en Madura ingeleverd.
j Volgens dat plan ontwaart men , dat beide kusten op
de hoogte van de rivier Bagierzèmz, iets bezuiden
Kalimaas, slechts 800 Rijnlandsohe roeden van el-
kander verwijderd liggen. Een’ zoo geringen afstand
kan vrij gemakkelijk door sterkten verdedigd wor-
` den, doch de vraag bestaat hier: ,,kunnen aan den
kant van den Javaschen wal fortifioatiën daartoe aan-
tg gelegd worden ?” - welke vraag wij ter beantwoor-
.i ding aan meer bevoegden over laten, met het oog
op den staat van verzakking, waarin zich reeds de
· j; citadel bevindt, die, vergissen wij ons niet, eerst in
het jaar 1842 is voltooid geworden. Dat echter Sou-
rabaija ook aan de zuidzijde voor een zoogenaa1n·
den coup de main gedekt behoorde te zijn, valt
niet te betwijfelen; maar dat daarmede belangrijke
kosten gepaard zullen gaan, is evenzoo begrijpelijk.
De noordkust van Java biedt alzoo geene gelegen-
heid aan, om eenige voldoende Refuge­haven te kun-
j _ nen daarstellen. WVij zeggen volcloczzdc ]?çy’z4qe­áareu,