HomeNederlands zeemagt in verband met zijne overzeesche bezittingenPagina 53

JPEG (Deze pagina), 658.32 KB

TIFF (Deze pagina), 6.59 MB

PDF (Volledig document), 50.25 MB

J 5l
raad vlugten zij en verschuilen zich, tot dat het
f gevaar geweken is. Dat de Marine bij vele dier
< opperatiën betrokken is geweest, laat zich begrijpen,
en dat daarbij het uitgelaten zeevolk -- meerendeels
i` echter de daaraan deelnemende woeste Afrikaansche
hulpbenden - soms hoogst laakbarc daden heb·
ben gepleegd, willen wij niet tegenspreken; maar
dat zulke daden door de aanvoerende officieren
gestraft zijn geworden, is evenzoo eene waarheid,
als dat door hen premiën zijn uitgeloofd voor
het sparen van menschen en woningen gedurende
en na den strijd. Wij gelooven daarom, dat de
bewering overdreven is, als men zegt: ,,men ge-
voelde wel algemeen en als het ware instinktma­
tig, dat de Marine tot iets beters gebruikt kon
worden dan het doelloos kruisen, het verbranden
van woningen, waarin men onraad mcezzcle te be-
speuren, en het verwoesten van gehuchten, waar-
van vorst of volk vewlacázf werd van zeeroof te ple-
iï gen of daaraan de hand te leenen.” Bijaldien dit
werkelijk mogt plaats gehad hebben - - hoewel ons
daarvan tot heden geen voorbeeld bekend is, -­-­
dan zijn zulke daden van geweld zeer te betreu-
ren, en het is daarom van groot belang, dat onze
Oost­lndische bezittingen voorzien zijn van bekwame
en ijverige ambtenaren, geschikt om het vereischte on-
derzoek en de noodige nasporingen te kunnen doen,
alvorens men tot zulke strenge tuchtigingen overgaat.
Doch ook daarom is het te meer noodzakelijk, dat
officieren der Nederlandsche Marine over den ge-
7* ·)€·
ti