HomeNederlands zeemagt in verband met zijne overzeesche bezittingenPagina 52

JPEG (Deze pagina), 718.82 KB

TIFF (Deze pagina), 6.59 MB

PDF (Volledig document), 50.25 MB

jl
e i
` , su 5
tijds niet volgen tusschen reeven, klippen en, als
v de laatste toevlugt voor die roovervaartuigen, op f
l_ de stranden. i
Y Dewijl het dus niet zoo gemakkelijk valt de
jij zeerooverij in den Oost­lndischen Archipel, gelijk
{ dit te wenschen ware, met wortel en tak uit te
roeijen, zal men moeten blijven voortgaan, met
jk daaraan zoo veel mogelijk perk en paal te stellen.
Het gebeurt soms, dat men hen op heeter daad be- J
{ trapt, en dat men hen op zee kan meester worden; gi
doch als men daartoe de vervolging wilde bepalen ,
_ dan zou men al zeer weinig afbreuk aan hun bedrijf
doen. De ondervinding heeft het bevestigd, dat wij
hun steeds de pijnlijkste tuchtiging toebragten, met
_ lien in hunne schuilhoeken op te zoeken, hunne
praauwen (vaartuigen) en kampongs te vernietigen
j en hun den geroofden buit te ontnemen; terwijl
i men hierdoor meermalen in de gelegenheid is ge-
j weest, de door hen geroofde menschen de vrijheid
V terug te geven.
` Het verbranden van woningenien het verwoesten
ïj van gehuchten zijn zeker bedrijven, die door de
ïj geheele beschaafde wereld verafschuwd worden;
doch welke middelen blijven er aan te wenden,
om hen in hunnen overmoed van moord en roof
E te keer te gaan, zoo lang zij in hunne kampongs
zich ongestoord in die bedrijven kunnen verlus-
tigenP Natuurlijk zal men zeggen: ,,men moet de i,
‘ daders zelf strafi`en." - Maar de daders zijn moeije­
j t lijk te verkrijgen, want bij iedere nadering van on·
§
C i l
i ir ‘ T
jl gi j 2
l t
=l