HomeNederlands zeemagt in verband met zijne overzeesche bezittingenPagina 51

JPEG (Deze pagina), 705.65 KB

TIFF (Deze pagina), 6.70 MB

PDF (Volledig document), 50.25 MB

t
L9
j schuillioeken ontdekken. De oflicieren van die
, vaartuigen- komen dikwijls in aanraking, zoo wel
met Indische hoofden als met de kampongbe­
j volking, behalve nog dagelijks met de residenten,
i onder­residenten, posthouders enz., van wien zij
of rapporten of informatiën kunnen ontvangen no-
I pens de bedrijven der zeeroovers, hunne sterkte en
· hunne sohuilplaatsen. Het zijn juist deze kruistog­
W ten ~ welke men zoo ten onregte doelloos genoemd
j heeft, -- die het meest hebben uitgewerkt tot fnui-
king der zeerooverij. Een eskader van strijders,
_ kruisende over den O. I. Archipel, kan op verre
na niet die gemeenschap in details met de inland-
sche hoofden en bevolkingen onderhouden. Het
. moet zich gemeenlijk ophouden in het grootscheeps
vaarwater, en dus meestal verre verwijderd van de
E I plaatsen, waar de zeeroovers zich bevinden en schuil
er houden; terwijl daarentegen de kleine vaartuigen
langs stranden, in kreeken, op rivieren, ja dikwijls
tot in de verborgenste vaarwaters kunnen door-
I dringen. Een eskader oorlogsschepen zal zich
daarenboven nergens kunnen bevinden, van waar
i het niet mijlen ver over zee, langs kusten en eilan-
den ontwaard kan worden, en zulks te eerder nog
wanneer het onder stoomkracht komt opdagen.
De zeeroovers, wanneer zij in het vaarwater zijn,
hebben alzoo tijd om zich uit den weg te maken,
alvorens men van een der oorlogsbodems iets van
hen te zien krijgt ; en al mogt dit laatste ook het
Q geval zijn, die oorlogsschepen kunnen hen veel-
ä -1
H