HomeNederlands zeemagt in verband met zijne overzeesche bezittingenPagina 49

JPEG (Deze pagina), 662.90 KB

TIFF (Deze pagina), 6.61 MB

PDF (Volledig document), 50.25 MB

uw fi jvw Y l·,
ii
in 1842 plaats had met die der Arouw­eilanden, die,
hoewel getrouw blijvende aan het Nederlandsch ge-
zag, echter van hetzelve niet die ondersteuning
bekwamen, om zich tegen den overinoed van de
Boeginezen te weer te kunnen stellen, en waarvan
il zij destijds klagten naar de residentie Banda inzon-
den, met verzoek om bescherming van het Gou-
vernement.
Slaan wij het oog op het getal van eilanden,
waartusschen die der Soolo in den Archipel ge-
legen zijn, en bedenken wij, dat deze laatste nog
al vrij verre verwijderd liggen van het naaste station
’ waarop het gouvernementsgezag geëerbiedigd wordt,
dan zal men kunnen begrijpen, dat de Indianen van
de Soolo­eilanden aan gevaren van grove beleedi­
x j ging hunner naburen blootgesteld blijven, indien
men hun, na hun eerst onderworpen te hebben,
zonder voortdurende bescherming aan hun lot over-
laat. Zij hebben eerst het geweld moeten onder-
ii vinden, waarmede wij hun beschaving hebben willen
l opdringen, en moeten daarna `het geweld hunner
vijandige naburen verduren, hetwelk hun eindelijk
weder tot den vroegeren staat van barbaarsohheid
terug brengt.
Niet slechts de Soolo­eilanden, doch den geheelen
Archipel der Philippijnsche eilanden, bevat eene aan-
eensehakeling van roofnesten, welke zich als het
ä ware aaneensluiten met die van de zeeroovers langs
de kusten van Coehin-China, China en Formosa.
l De eilanders van de Boca­Tigris bestaan, behalve