HomeNederlands zeemagt in verband met zijne overzeesche bezittingenPagina 46

JPEG (Deze pagina), 745.43 KB

TIFF (Deze pagina), 6.68 MB

PDF (Volledig document), 50.25 MB

‘ 4.,1. §
à veillance blijven, of zal daarvoor, behalve een eska-
der, nog een voldoend getal van fregatten en kor-
? vetten in O. I. aanwezig zijn? Kon de Neder-
`; C landsche Marine tot zoodanig eene magt gebragt ,
il worden, dat zij daaraan bij voortduring zou kunnen .
iz voldoen, wij zouden ons daarover verheugen; doch
lj I wij moeten de mogelijkheid van een zoodanige uit- I
{ V ç' breiding vooreerst betwijfelen. Bijgevolg zou de be- l
à. { waking dier onderscheidene stations gesteld moeten
{ l worden onder het toezigt van de Indische Marine, {
5 welke als zoodanig zou dienen post te vatten en *
tevens belast blijven met de zoogenaamde inwen- "
dige politite. En wanneer nu deistrijdinagt van
een stationskommandant bij voorkomende gelegen-
heden te kort schoot, dan zou natuurlijk het Neder- j
landsche eskader met zijne strijders moeten komen
opdagen om het gouvernements­gezag te handha-
ven; doch hoe lang zou men, in vele gevallen,
naar die hulp van strijders blijven uitkijken? De
li Indische Marine zou noodwendig uit een tal van *
I weerbare vaartuigen zamengesteld moeten zijn, vol- I i
_ l doende om alle stations­posten naar behooren te be- ~
ti ik zetten, en tevens den vijand minstens tot staan te
1 kunnen houden, tot dat het eskader met zijne hulp
gi ter gevraagde plaats aanwezig was. Het personeel
officieren dier Indische vaartuigen zou daarom uit
U mannen moeten bestaan, die in zulke gevallen we-
·· _ ten te handelen. Maar dan nog zouden wij die in-
I " rigting als hoogst gevaarlijk beschouwen; want ge-
I steld cons: ]>’m·0s, ter westkust van Sumatra, wordt,

1 Q.
ll l
·°ïët_, Q