HomeNederlands zeemagt in verband met zijne overzeesche bezittingenPagina 36

JPEG (Deze pagina), 713.06 KB

TIFF (Deze pagina), 6.72 MB

PDF (Volledig document), 50.25 MB

I 34 i
worden. Zulk een fregat of korvet kan al dadelijk
daar, waar de nood dringt, voor zooveel het de
` plaats, waar zich de vijand bevindt, nabij komen
jj kan, zijne landings­divisie op den wal werpen.
j De geschiedenis van den O. I. Archipel levert
j menig bewijs op van de groote diensten, welke zulk [
1 een onmiddelijk aangebragte weerbare strijdmagt be- «
j wezen heeft. Het schijnt, dat de Staats-Commissie
j van Junij 1857 op zulke gebeurtenissen geen acht
heeft geslagen, wijl zij in haar rapport zegt, ,,dat
I ,,groote schepen, zoowel als stoom en zeil­fregatten,
E ,,gemist kunnen worden. Voor de dienst in Indië
,,zijn deze hoogst zeldzaam nuttig, enz.”
`Wij zijn niet van dat gevoelen, maar achten in-
tegendeel het voortdurend aanwezen van een tal
van die bodems hoogst noodzakelijk. Die schepen,
j te zamengetrokken, kunnen eskadersgewijze dienst
doen, daar, waar zij als gezamenlijke strijders moe- ‘
ten ageren. En die bodems, thans meest allen met
_ stoomvermogen voorzien, kunnen, dadelijk bij de
hand liggen om spoedig eene weerbare strijdmagt over J
i te voeren naar de plaats, waar die vereischt wordt. ,
Dat het bij eenige dier expeditiën soms onvermij-
delijk is geweest, troepen en krijgsmaterialen met
oorlogsschepen te doen overvoeren, zal ieder begrij-
j pen, die de gesteldheden van de oorlogen in O. I.
van nabij heeft kunnen gadeslaan; doch daarmede
is tevens te meer het groote nut gebleken van het aan-
ïj wezen van fregatten en korvetten. Het is waar, even-
min de equipaadje als de officieren van een geregel-
jl
j"l .