HomeNederlands zeemagt in verband met zijne overzeesche bezittingenPagina 23

JPEG (Deze pagina), 681.24 KB

TIFF (Deze pagina), 6.63 MB

PDF (Volledig document), 50.25 MB

L si
’ hun ligchaamsgestel ook voor langen duur weêr­
i stand zou kunnen bieden aan de luchtgesteld­
` heid der tropische gewesten en aan de afmattende
, `dienst, ­­­ dezelfde natuurlijke verschijnselen zal
men toch ook bij hen ontwaren, zooals men vroeger
bij het personeel der officieren in de Koloniale Ma-
rine heeft kunnen waarnemen: dat ook zij ten laatste
‘ versleten geraakten; dat men hen, die gedurende
hunne dienst niet succombeerden , op pensioen moest
stellen, en zoo doende het personeel der officieren
r door een nieuw vervangen. Zal men nu voor die
i wederaanvulling steeds een voldoend getal, als
vroeger is gezegd, geschikt geoordeelde jongelin-
, gen, geboren Nederlanders, zien aankomen? ­-­-
Wij gelooven dit niet.
Men zou, zoo vreezen wij, om het corps ofti-
cieren voor de Koloniale Marine voltallig te houden ,
gedrongen worden personen te engageren, voor de
Marine wel bekwaam, maar om andere redenen
toch niet te betrouwen.
Wat de Nederlanders betreft, men zou welligt
minder naauwziende worden, en verdorvene jonge
lieden van fatsoenlijke ouders opnemen , welke hunne
familie, om schade of oneer te voorkomen, ver-
wijderen wil, zoo als wij hierboven hebben aan-
geduid. Men vindt er daaronder, die het aan talenten
niet ontbreekt; doch juist deze zouden zeer gemak-
kelijk alle dierbare banden aan hun vaderland af-
snijden, om zich, soms met vermetel en onver-
schrokken beleid, eenen weg te banen, ten koste