HomeNederlands zeemagt in verband met zijne overzeesche bezittingenPagina 20

JPEG (Deze pagina), 701.85 KB

TIFF (Deze pagina), 6.65 MB

PDF (Volledig document), 50.25 MB

V E 18
moeten het uitzigt, om zich als zee­officier te kunnen
onderscheiden voor als nog bepalen bij het werkda-
dige, dat voor onze Marine te verrigten valt, naar de
, bestaande politieke aangelegenheden van Nederland.
i In waarheid is die taak zoo gering niet, in ver-
j gelijking van de taak, welke zeemogendheden van
jg den eersten rang te vervullen hebben. De Engel-
l sche Marine vertoont zich in grooter magt over den
j geheelen, voor haar toegankelijken, bevaarbaren aard- _
bol. Ook onze Marine wordt daar overal soniwij-
4 len gezien. In Oost-Indië is de eene navale krijgs-
,, operatie naauwelijks afgeloopen, of andere doen
zich weder op, en van al die krijgsoperatiën mo-
` gen wij de resultaten gerustelijk overstellen tegen
i die, welke in latere tijden door de zoo formidable
l magt der groote mogendheden ter zee verkregen zijn.
Wellce resultaten heeft de Engelsche en Fransche _
strijd magt in de Oostzee , en welke resultaten hebben
de gecombineerde strijdbare Engelsche, Fransche
en Turksche krachten in de Zwarte Zee opgeleverd?
* Zeker geene zoodanige, die de onze, in Oost­1ndië
j behaald, overtreffen, als men de evenredigheid der _
I krijgsinagt en der feiten in acht neemt, en dus bedenkt
wat de Nederlandsche Marine, 1net welligt slechts
. een tiende der strijdmagt, heeft volbragt. Daarom!
is onze Marine, in vergelijking van die der groote
_ zeemogendheden, klein, zij is te meer krachtig in
dwang en wil van uitvoering. Dit getuigen de uit-
komsten van de onlangs plaats gehad hebbende expe-
ditie op de Djainbie-rivier, den 7 September 1858.
l
¤ t
l
j i
~ D ii.