HomeReglement voor het Koninklijk Instituut voor de marine te WillemsoordPagina 6

JPEG (Deze pagina), 601.91 KB

TIFF (Deze pagina), 6.24 MB

PDF (Volledig document), 12.03 MB

{
E Art. $3. ·
; Het toezigt op de belangen van het Instituut, in den
ruimsten omvang, is opgedragen aan eenen Raad van Bestuur ,
4 bestaande uit den Kommandant, als Voorzitter, den eersten ‘
Q Otïicier-Instructeur, een der burgerlijke onderwüzers, door
. den Minister van Marine te benoemen, den Kapitein- `
1 Luitenant, eersten Officier van het waehtschip, en den
l Otticier van Administratie, die tevens Secretaris van den ‘
_ Raad is.
De Voorzitter der Commissie tot het examineren van
K Zee­Ottieieren wordt door den Raad van Bestuur geraad-
, pleegd in alle zaken, de regeling van het onderwijs be­_
treffende.
Eene Commissie, jaarlüks door den Koning te benoemen, `
j doet eene inspectie van het Instituut, en brengt daarvan
X verslag uit. I ­
Art. 4.
Voorschriften van dienstregeling , omtrent geldelük be-
; heer, schatting, kleeding of uitrusting, instructiën voor
den Raad van Bestuur, onderwijzers of ambtenaren, be-
palingen omtrent examens, en dergelijke meer, tot het
t in werking brengen van dit Reglement vereischt, worden
E door den Minister van Marine vastgesteld, of' aan den
i Koning ter goedkeuring voorgedragen. -
VOORWAARDEN EN WIJZE VAN TOELATING. V
ä Art. 5.
Het getaljongelingen, dat als Adelborsten der 3de klasse
f voor de Marine, voor het Korps Mariniers of voor den
1 Scheepsbouw kan worden aangenomen, wordt jaarlüks door
| den Koning bepaald. Zij worden op het Instituut niet toe-
ll gelaten, dan na behoorlijk afgelegd examen. ;
­ De admissie heeft plaats op den lsten October van ieder `
i jaar.