HomeReglement voor het Koninklijk Instituut voor de marine te WillemsoordPagina 18

JPEG (Deze pagina), 570.94 KB

TIFF (Deze pagina), 6.24 MB

PDF (Volledig document), 12.03 MB

l
5 il <s
l, 0v!:R.GANGs­BEPAL1NGEN. l
j Art. 29.
De Adelhorsten der 2de klasse derde studiejaar, thans A
j op het Instituut, worden vóór den lsten October aanstaande `_
` tot het examen als Adelborst der lste klasse, volgens ea h
art. 20, toegelaten. Daaraan niet voldoende is op hen l
art. 21 van toepassing. ~
j An. so.
l
A! · De Adelborsten, thans op het Instituut, genieten de
j voordeelen, die zij , volgens dit Reglement zijnde aange- ‘
nomen, hebben zouden. De ouders of voogden zün ver- l
_ pligt, boven het nog verschuldigde krachtens art. 40 van
j het Reglement van 9 Mei 1855, op den lsten April van
, ieder jaar , dat de thans aanwezige Adelborsten nog op het
instituut blüven, eene som van honderd gulden te betalen ,
waarop de kosten , welke volgens het Reglement van 9 Mei
1855, boven de büdrage gesteld bij art. 40, ten_ hunnen
laste kwamen, doch voor het vervolg door het Instituut · _
I worden gedragen, zijn geraamd. _
Art. 31,
al
De Adelborsten voor de Mariniers van het vierde studie·
l' jaar, en die voor de zeedienst van het derde studiejaar,
l aan de Academie te Breda, worden , volgens de thans nog
4; bestaande bepalingen, tot het eind­examen als 2de Luite­ pt
nant bü de Mariniers en als Adelborst lste klasse, toege-
laten; daaraan niet voldoende, kunnen zg met den lsten
October uiterlijk nog voor één jaar aan het Instituut wor- ‘
den opgenomen, als Adelborst der 2de klasse; dan weder
niet voldoende, worden zü van het Instituut ontslagen.
j
A Art. 32. ë
l
De Adelborsten van de Academic te Breda, die behoorlijk l
)
Sl Y
5
j