HomeReglement voor het Koninklijk Instituut voor de marine te WillemsoordPagina 15

JPEG (Deze pagina), 552.40 KB

TIFF (Deze pagina), 6.25 MB

PDF (Volledig document), 12.03 MB

l3
et tot assistent bij den Scheepsbouw bevorderd te worden,
kunnen nog een jaar als Adelborstcn der 2de klasse in de
lste afdeeling overblijven; daarna weder niet voldoende,
worden zij van het Instituut ontslagen.
De in eene afdeeling een jaar overblüvende , worden in
dat jaar op de lüst dier afdeeling bovenaan geplaatst.
S lVanneer mogt blijken, dat een Adelborst lüdt aan ge-
• breken van ligchaarn of geest, welke na züne komst aan
het Instituut ontdekt, ontstaan of toegenomen zijn, of dat
hij geene geschiktheid, aanleg of neiging voor zün vak
heeft, wordt daarvan door den Raad van Bestuur aan den
Minister van Marine kennis gegeven, die na berigt aan de
ouders of voegden, de verwüdering van den Adelborst
" kan bevelen.
Ontslag van het Instituut kan ten allen tüde aan den
Minister van Marine gevraagd worden; het wordt in den
regel verleend.
BELOONINGEN EN STRAFFEN'.
Art. 22.
f . Adelborsten, die door goed gedrag, vlütige studie en
buitengewone vorderingen, zoowel theoretisch als praktisch,
uitmunten, worden beloond: _
ca. met verklaring van tevredenheid van den Kommandant;
l b. die der 3de afdeeling, met de vergunning tot het dragen
van den ponjaard;
e. die der 2de afdeeling, met de vergunning tot het
dragen van eene kroon van geel kenielshaar geborduurd
i ’ op den kraag;
# d. die der 1ste afdeeling, met de vergunning tot het
' dragen van eene kroon van gouddraad geborduurd op den
kraag.