HomeHet regtsgeding van den heer Johannes Jacobus Kicherer, ontslagen kapitein bij de schutterij van AmsterdamPagina 5

JPEG (Deze pagina), 623.02 KB

TIFF (Deze pagina), 6.43 MB

PDF (Volledig document), 18.99 MB

Ik heb 1nij tot taak gesteld om een.e treurige zaak ter ken~
nisse van het Publiek te brengen, het regtsgeding van den Heer
J. J. Kieherer als Kapitein bij de dienstdoende Sehutterij
g van Amszferdam, voor den Schuttersraad alhier gevoerd, met
' het daarop gevolgde appel, - treurig voor een’ iegelijk, die
belang stelt in de handhaving der maatschappelijke orde, treurig
voor een’ iegelijk, die het regt lief heeft.
Meer dan eene reden noopten mij tot de openbaarmaking van dit
geding, zoowel de zucht om de gebrekkige instelling der Schut-
, tersraden als regtskollegien in een helder daglicht te plaatsen,
als de zedelijke verpligting, die ik op mij voelde rusten, om het
Publiek bekend te maken met een gedaan onregt, met eene
schending der wet, welke, zoo lang het Ministerie Thorbecke
in de geheugenis zal blijven, den mogelijken roem van den te-
j genwoordigen Minister van Binnenlandsche Zaken zal overscha-
äg duwen. WVaar de wet ontoereikend is, om een gedaan onregt
j te herstellen, daar is publiciteit een krachtig verschrikkelijk
middel van berisping eener laakbare daad; maar hoe zou-
t den wij hier kunnen zwijgen, waar de wet een ondubbelzinnig
regt geeft tot herstel, maar waar deze door het hoofd van een
ministerieel departement hare kracht wordt ontnomen?
Den 16 Mei 1850 stond de Kapitein J. J. Kieherer voor
den Amsterdamsehen Sehuttersraad te regt, aangeklaagd H van
rx zich op dingsdag den 7 Mei 1350 te hebben schuldig gemaakt
N aan zich gedurende de dienst of ter gelegenheid van dienstza- P
«« ken door woorden of daden tegen zijnen superieur te hebben J
,«verzet." Aldus luidde de dagvaarding, ofschoon het in con-
fesso was, dat de oorsprong der vervolging gelegen was in eene
lêlë