HomeHet regtsgeding van den heer Johannes Jacobus Kicherer, ontslagen kapitein bij de schutterij van AmsterdamPagina 24

JPEG (Deze pagina), 666.95 KB

TIFF (Deze pagina), 6.42 MB

PDF (Volledig document), 18.99 MB

ii - 24 ­-
Beiden, de Kapitein en ik, konden den inhoud dezer missive
A niet rijmen, niet de vroegere houding van den Minister. Z. Exo.
had zich immers dadelijk verklaard voor de appellabilitcit, en
, den Heer Kieherer van die meening eene of/Zeiële mededee-
Zing gezonden. XVanneer nu EEN BIINISTER twistende partijen
naar eenen regter verwijst, dan zal die Minister toeh wel, be-
halve de GRONDWVETTELIJKE - ook de zEDEL1J1<E VERPLIGTING t
erkennen, om het vonnis van dien regter, zoo al niet te doen
i exeeuteren, ­- dan toch zeker te erkennen en te eerbiedigen!
En wat zegt nu deze missive? ulk laat u aan uw lot over."
T Om welke reden? «« Omdat uw vergrijp zwaarder was dan ik _
` daeht." -- Maar wat regt heeft de Minister, om een regterlijk
vonnis te beoordeelen? Gedeputeerden hadden den Kapitein in
zijnen rang geïicmd/mccyïl. De Minister moest voor de uitvoe-
ring van art. 54 van het Koninklijk Besluit van 25 Mei 1829
zorgen, hetwelk den Sehuttersraad gebiedt, om dat vonnis van
Gedeputeerden, ZONDER TEGENSPRAAK, te exeeuteren. De reden
voor des Ministers weigering was dus ONWETTIG, ja, ik durf j
i gerust verklaren een, HET Iloom v.»xN EEN BIINISTERIEEL DE- i
PARTEMENT oNw.xAED1G GEZOCHT VOORWENDSEL. De Heer Th o r-
‘ beeke staat op een te hoog standpunt van wetenschappelijke
kennis, dan dat ik de waarlijk absurde meening zou hebben
kunnen opvatten, dat Z. Exe. inderdaad meemle, wat hy' sehreefl
En waarom nam de Minister een voorwendscl aan? ­- Het
was duidelijk in den brief te lozen: Z. Exe. had den Kolonel
i gesproken, en .... na dat gesprek was de wind gekeerd.
B Ik ried den Kapitein, om dezen brief dadelijk te beantwoor-
den, hetgeen hij aldus deed: ,3
UOPTJ.
r «« Aan Z.Exe. den Minister van Binnenlandsehe Zaken. .
«« Met verwondering ontvang ik Uwer Exe. letteren van 4 i
U October l.l., en haast mij Uwe Exe. te antwoorden: lj
H Vooreerst, dat de aan Uwe Exe. voorgedragen pogingen van
N den Kolonel, om door eene minnelijke schikking, de klagt
H bij den Auditeur te voorkomen, onwaar zijn; dat wel de Ko-
~lonel mij daags na het gebeurde, aan het Bureau heeft doen
(
i
9
i i
1
i