HomeHet regtsgeding van den heer Johannes Jacobus Kicherer, ontslagen kapitein bij de schutterij van AmsterdamPagina 21

JPEG (Deze pagina), 721.00 KB

TIFF (Deze pagina), 6.40 MB

PDF (Volledig document), 18.99 MB

,.. 21 _
Bovendien is deze handelwijze van den Schuttersraad edel?
De Secretaris had eenmaal het appel ontvangen, had
daarvan, de bij art. 50 van meergenoemd Koninklijk Besluit
voorgeschreven, akte opgemaakt, en had, krachtens art. 51 van
dat zelfde besluit v binnen 2 maal 24 uren na de voorziening,
v al de proces­stnkken, met een extract uit zijn Register van
v voorzieningen in hooger beroep, door hem ten bewijze van
v echtheid geteekend, opgezonden aan Gedeputeerde Staten, TEN
v EINDE or HET APPEL naar TE DOEN."
De Sohuttersraad had dus het Appel aangenomen, en weigert
nu, bij hare nederlaag, de executie aan het vonnis, wat hij
1 zelve mede gevraagd heeft.
, Maar hadden Gedepuleerden een verkeerd vonnis geveld?
Maar mag de mindere regter het vonnis van den hoogeren
beoordeelen, die juist geroepen is, om de juistheid van het
aangevallen vonnis nader te onderzoeken?
En wat zal ik zeggen van die laatst aangevoerde reden, om-
dat de raad het vonnis niet wilde escecuteren? - Neen, daar
heb ik geene woorden voor, het Publiek oordeele zelf, en geve
het antwoord op mijne vraag: waar is maatschappelijke vrij-
heid denkbaar, waar een Itegtskollegie de handhaving van een
‘ verkregen regt weigert, omdat het dat niet wil handhaven?
Inmiddels werd de Kapitein Kich er er persoonlijk van wege
den Minister Thorbecke naar ’s Gravenhage ontboden. Maar
hoe groot was mijne verwondering, toen deze, bij zijne terug-
komst mij meêdeelde, dat Z. Exc. hem eene transactie had
voorgeslagen; deze zou hierin bestaan, dat de Koning de ge-
voerde procedure zou vernietigen, en dat de Kapitein den Ko-
lonel zijn leedwezen zou betuigen over het gebeurde. Het Pn-
bliek oordeele over dit ministeriële voorstel, maar ik wil toch
het Publiek vragen, of het in deze ministeriële daad iets mi-
niszferieels vindt?
Ik ging nu zelve naar ’s Gravenhage. Ik vond Z. Exc.
achterhoudend, de wind begon te draaijen. Z. Exc. vond het
nog al moeijelijk de Hoofd-Oiiicieren der Amsterdamsche Schut-
terij te verbitteren, om één persoon, die Heeren wilclenimmers
niet, en welligt zouden er onder hen velen voor hunne Schut-
terlijke betrekking bedanken, wanneer de Kapitein Kieh e-