HomeHet regtsgeding van den heer Johannes Jacobus Kicherer, ontslagen kapitein bij de schutterij van AmsterdamPagina 20

JPEG (Deze pagina), 711.87 KB

TIFF (Deze pagina), 6.40 MB

PDF (Volledig document), 18.99 MB

... 20 ...
«/Dat ik overigens getrouwelglc zal in acht nemen en mij
li gedragen naar de v00rse7u·U”zten der Wet op de Sehutterijen
Ii en de verordeningen, die nopens de uiwoering van dezelven
ll gemaakt worden.”
‘ Ik geloof gaarne aan goede trouw, daarom dacht ik, de
Anditeur dwaalt, de Auditeur lcemf en begrijpt de Wet niet.
Dit was dus zijne tweede dwaling, de eerste was gelegen in de
praemature suspensie.
Den Sehuttersraad wil ik niet hard vallen, er zijn er onder
hen, wien ik achting en vriendschap toedraag, en op wier
achting en vriendschap ik hoogen prijs stel, maar in o·egtsge­
leerde begrippen heeft dit regiskollegie geen diepen blik. De "
Achtbare Raad vergeve mij dit oordeel, maar het is het zoetste
wat ik van zijne handelingen zeggen kan.
Maar waarom executeerde de Schuttersraad het vonnis van
Gedeputeerden niet? Omdat hij het niet wilde exeeuteren. -
Maar waarom wilde de Raad dit niet? Deze vraag is moeije-
lijk te beantwoorden. Men zeide, en een onhandige verdediger
van den Raad heeft ons dit in het Handelsblad van 12 dezer
bevestigd, men zeide: omdat de Raad meende, dat de Kapitein
niet had mogen appelleren, omdat gedeputeerden een verkeerd
vonnis hadden geveld; maar men zeide ook, en misschien wel ­
dezelfde bovenbedoelde anonyme schrijver in het Handels-
blad, omdat? ...... omdat de mad niet wilde, terwijl deze zich
sehuilde achter het gebrekkige der wet, die geen dwanginiddel
voor den Schuttersraad had aangegeven, om het vonnis van den
hoogeren regter te executeren.
Maar had dan de Kapitein niet mogen appelleren?
Maar wist dan de Raad, wist dan de Auditeur niet, dat de wet
het appel voorschrijft, en dat er bij hare goede uitlegging geen
twijfel mogelijk is; dat die wetsinterpretatie door den Minister
zelve gegeven was; dat eindelijk de mindere regter de exeeptie
van non-appellabiliteit niet beoordeelen mag, omdat niet meer
de mindere maar de hoogere regter, door het appel, van de
’ zaak gesaisisseerd is, omdat de Appellant, juist daar hij de
regtskennis van den minderen regter wantrouwt, die van den
hoogeren inroept, en dus de Schuttersraad in die zaak niets
meer had te zeggen.