HomeHet regtsgeding van den heer Johannes Jacobus Kicherer, ontslagen kapitein bij de schutterij van AmsterdamPagina 17

JPEG (Deze pagina), 732.89 KB

TIFF (Deze pagina), 6.42 MB

PDF (Volledig document), 18.99 MB

l i 1
l r
D ­- is ­­
alhCl1lJl)iLl'€11 kort het gebeurde meêdeelen, wat zóó onjuist en
//G1'l`Ol1€llS door het vonnis wordt voorgedragen. Op den 7 Mei
al.l. zoude het eerste Bataillon exerceren, de Majoor Kramp l
a gaf 1nij het kommando van dat Bataillon over, omdat hij ver-
jj 11l1lI1(lCI(il was die exereitiën zelf te leiden, met last om dezelfde j
a exercitiën te laten verrigten, welke hij de vorige keer had laten j
rr doen. Die vorige keer hadden de oiïicieren even min met het j
a geweer geinstrueerd, dewijl diezelfde Majoor ook tegen de in- t
astructie door oflicieren was. Ik voldeed aan dien last. De
a Kolonel kwam onder die oefening op de exercitie plaats. Na
ahet verloop dcr 2 uren, voor de oefening bepaald, dankte
a ik mijne manschappen af, liet de officieren uittreden, den `
‘ adegen opsteken, en de oefening was geeindigd. Na dit alles
a begaf ik mij tot den Kolonel, om dien de gewone beleefdheid i
ate bewijzen; toen wikkelden wij ons in het gesprek, dat de
a aanleiding is geworden van de tegenwoordige procedure, waar-
r a bij ik, ik erken dit gaarne, te voorbarig heb gesproken; maar
a ik meen grootere grieven tegen den Heer Staats Boonen
a te hebben, die zich zoo ver heeft vergeten, dat hij mij op dc
rr borst stoottende en mijn kruis honend aanrakende mij toe-
avoegde: dat heb je door mg gekregen. En nu vraag ik, of
amen mij, om de te laste gelegde woorden, bij die omstandig-
a heden, en na twee en twintig jarige dienst kan en mag weg-
a zenden als een schadelijk onbruikbaar lid der Schutterij?
D. rr De vijfde considerans is, dunkt mij, geheel ex tripode
adaargesteld; in dezen wordt kort af, zonder eenige nadere
a overweging, noch opgave van redenen, verklaard, dat de be-
a wering van den gedaagde, alsof het gebeurde buitensdienst
aen geheel vreemd aan dienstzaken zoude zijn voorgevallen is
a ongegrond en erronens.
rr De dienst was toch reeds afgeloopen, en de aangevoerde gron-
1/(lCIl. voor de bewering, dat het gebeurde ook niet ter gelegen-
a heid van dienstzaken was geschied, werden niet getoetst, maar
1rgCl1GCl voorbij gezien. Ter versterking dier bewering veroorlool
11 ik 1nij een voorbeeld: De oflicieren zijn gewoon, om zich na
a de exercitiën in eene societeit te vereenigen, waar alsdan het
a algemeene gesprek veelal over dienstzaken loopt. Die Heeren
azijn dan ja in uniform (zoo als de laatste considerans van het